VIERVOETERS AFLEVERING 3

VISITORS

AmazingCounters.com

EEN OASE VAN BLIJDSCHAP MET DONKERE WOLKEN AAN DE HORIZON

VIERVOETERS, Aflevering 3: Sprokkel, Megan en Lizzy

Bij mijn ouders thuis hebben we eigenlijk onafgebroken honden gehad. De eerste hond was, althans volgens mijn moeder, een “chou chou” hond. Het was een flinke hond, bruin en wat hier en daar zwart van kleur.

Zijn naam was Teddy. Deze hond is de geschiedenis ingegaan vanwege het feit dat hij begin jaren vijftig op camping Het Grote Bos onze hele bungalowtent, inboedel incluis, een meter of 10 verplaatst heeft.

Het was weer eens de nalatigheid van broer Theo, die debet was aan die ongewenste verhuizing.

Theo had Teddy aan de tentpaal vastgelijnd met de bedoeling zijn handen vrij te hebben om iets anders te doen dan op de hond te passen.

Toen er plotseling een konijn passeerde voor de neus van onze chou chou, was er geen houden meer aan en stond, beter gezegd lag, de grote tent met toebehoren zeker 10 meter verder op in het bos.

Na het verscheiden van Teddy, kwam er wederom een Teddy de familie opvrolijken. Ditmaal was het een zwart keeshondje. Het was een lief beestje.

Tot mijn grote schrik was Teddy op een gegeven moment verdwenen. Ik heb stad en land afgezocht om hem terug te vinden, wat niet lukte.

Een paar maanden na zijn verdwijning zag ik hem plotseling rondlopen in de buurt van de 1-ste Algemene Begraafplaats aan de Gansstraat: “het luie end”. Dit deel van de Gansstraat werd “het luie end” genoemd omdat tegenover deze begraafplaats zich de gevangenis bevond voor tbs-ers en personen die naar zo’n status gesolliciteerd hadden.

Het beestje was helemaal verwilderd. Ik heb mijn longen uit mijn lijf gelopen over de begraafplaats om hem te achterhalen. Jammer genoeg kon ik hem net niet te pakken krijgen en was ik Teddy nu voorgoed kwijt.

Nog steeds heb ik wel eens nare dromen dat één van mijn hondjes verdwaald is en terwijl ik het hondje bijna weer te pakken heb, het mij ontglipt en ik het voor goed kwijt ben.

Na deze twee Teddy’s volgden twee Marsja’s, beide schapendoezen.

Wat ik me nog steeds afvraag is: waarom mijn ouders mijn broer Theodorus - hetgeen godsgeschenk betekent - ook wel liefkozend Tedje noemden en vervolgens de hondjes ook nog eens Teddy. Hadden ze nu zo weinig fantasie of was het omdat ze zowel de hondjes als Theo werkelijk als godsgeschenk beschouwden.

Binnen de christelijke gemeenschap beschouwt men ieder kind als een godsgeschenk. Om je kind dan ook nog eens zo te noemen: “Godsgeschenk”, dat vond ik altijd nogal pretentieus. Zeker toen jaren later de kleine Theo eens in de kelder vergeten was het olievat goed af te sluiten en de “godverdegodvers” - uitgestort over het arme hoofdje van dit cadeautje van God - niet van de lucht waren. Kennelijk waren mijn ouders toen even in een wat minder vrome bui. Waar de rest van de kinderen maar één naam kreeg, kreeg ons godsgeschenk mijn naam als bonus erbij: Theodorus Albertus. Tja, onderscheid moet er zijn, zullen ze wel gedacht hebben.

Marsja I was een flinke blonde schapendoes. Hij was een reu en stond vooral bekend om zijn schetenlaterij, terwijl hij niet eens aan de medicijnen was, zoals die dame op leeftijd die op een verjaardag, in een alsmaar benauwder wordende huiskamer, constant luide winden aan het laten was en mij zonder enige gêne aankeek en me daarvoor als excuus gaf haar intensieve medicijn-gebruik.

Het moet in het geval van Marsja I gekomen zijn door het eten dat hij dagelijks voorgeschoteld kreeg. Hij kreeg gekookte pens en uierboord, hetgeen eigenlijk het beste voedsel is voor een hond. Hij zal het wel te gulzig naar binnen hebben gewerkt en dan krijg je gasvorming.

Tot mijn diepe schaamte heb ik samen met broer Charles, Marsja I “zijn Brinta” eens aangelengd met petroleum. Dit gebeurde aan de achterzijde van ons tenthuisje in HGB buiten het zicht van iedereen.

Gelukkig heeft hij er niet al te veel last van ondervonden. Hij heeft deze mix waarschijnlijk direct uitgekotst. Wat kunnen kinderen toch loeders zijn.

Marsja II was een bruine schapendoes. Van hem heb ik niet veel meegekregen, omdat ik in zijn tijd heel weinig thuis was. Het enige wat me nog duidelijk voor de geest staat is dat hij overleed op de dag voor de dag dat mijn dochter Florence geboren werd. Het was wellicht daarom dat mijn ouders op de dag van haar geboorte nog niet echt in een feeststemming konden komen toen ik hen mededeelde dat ze een kleindochter hadden gekregen. De discussie rond gynaecoloog Dekker zal hen ook nog wel hebben dwarsgezeten.

De volgende huisdieren die we hadden, waren een konijn, een marmot en een hamster.

Het konijn kregen we van een familielid onder de uitdrukkelijke garantie dat het een dwergkonijntje betrof. Uiteindelijk groeide dit beestje uit tot een zogeheten Vlaamse reus.

Met vakanties was het altijd een hele organisatie om het

hele dierencircus van verzorging te voorzien. Het was altijd ontroerend te ervaren hoe al die beestjes van plezier begonnen te piepen, wanneer we de groente voor hun maaltijd in een soort centrifuge droog aan het draaien waren en ze dat geluid herkenden en wisten dat het diner aanstaande was.

Toen we bovendien nog een kat erbij kregen en deze het rustige leventje van de andere begon te verstoren - ons katje zat bij wijze van spel steeds het konijn en de andere beestjes tikken uit te delen - besloten we het konijn naar de kinderboerderij in Oog in Al te brengen, terwijl de andere twee beestjes een goed onderkomen vonden bij vriendinnetjes van mijn dochter. Er bestaat enige onzekerheid over het wel en wee van onze Vlaamse reus na aankomst op de kinderboerderij, onzekerheid over het feit of ze wel in een veilige omgeving geëindigd is en niet in een Turkse braadpan.

Ons katje dat een enorme variëteit aan namen had gekregen, afhankelijk van haar gedragingen, noemden we ten slotte Sprokkel.Die naam kreeg ze omdat ze zich - op weekend in HGB - veelal tussen het sprokkelhout ophield.

Sprokkel was een echte cyperse kat, een kat met veel streepjes dus.

Toen we 4-hoog woonden in Oog in Al, was ze een echte

gevelartieste. Ze sprong van balkon tot balkon en bezocht alle buren over de hele lengte van het flatgebouw. Regelmatig sliep zij bij onze buurman Cees ‘s nachts naast hem op zijn bed.

Een paar keer sprong ze mis en viel ze vier etages omlaag in de achtertuin van de buren op de begane grond.

Als we dan in paniek naar beneden keken, dan zagen we haar nog net wegspringen achter een vogel aan.

In het weekend namen we haar altijd mee naar ons boshuis. Daar was ze helemaal in haar element, ze was de hele dag en nacht op pad en op jacht.

Als ze het buiten zat was, dan glipte ze via het dakraam op zolder weer naar binnen en plofte dan op ons bed aldaar. Elke lente was ze de schrik van de konijnen-gemeenschap op HGB.

Ze ving de jonge konijntjes en ze at ze vervolgens op.

Op een nacht werd ik wakker omdat ik iets nats aan mijn oor voelde. Toen ik even voelde wat dat zou kunnen zijn en het licht aan klikte, bleek dat ze een konijn binnen had gebracht en naast me op mijn kussen had gelegd als teken van dankbaarheid.

Als we op maandagmorgen in alle vroegte weer naar Utrecht vertrokken voor ons werk, dan was het altijd een heel gedoe om Sprokkel weer in huis te krijgen en daarna in de auto.

We probeerden haar dan te lokken door op haar etensbakje luid te tikken, hetgeen op andere dagen altijd effect had. Op de maandagmorgen, wanneer je altijd haast had om weg te komen om de files te vermijden, bleef ze je immer ergens vanuit de struiken rustig gadeslaan en naar al je verrichtingen om haar te paaien, maar tevoorschijn komen deed ze niet.

Vaak moesten we dan zonder haar vertrekken en moest ik aan het einde van de werkdag weer terug naar Driebergen om haar op te halen.

Sprokkel was altijd heel energiek, ook nog toen we ontdekten dat er iets mis was met haar kaak.

Het viel ons op dat ze erg kwijlde en dat haar tandvlees aan een kant opvallend was opgezet. Zonder dat we daar in de verste rekening mee hadden gehouden, vertelde de geconsulteerde dierenarts aan mijn echtgenote dat Sprokkel een kankergezwel onder haar tanden in haar kaak had. Ze stelde voor om haar maar gelijk in te laten slapen.

Toen ik op kantoor de uitslag van het onderzoek vernam, kon ik het gewoonweg niet geloven en was ik blij dat mijn partner niet het advies van de dierenarts direct had opgevolgd.

Het werd er echter niet beter op.

Een week later gingen we naar een andere dierenarts, die

gespecialiseerd was op het terrein van katten, en die stelde precies hetzelfde vast. Hij vertelde dat het gezwel steeds groter zou worden en uiteindelijk de kaak van Sprokkel zou doen breken met alle vreselijke pijn van dien.

We begrepen dat er niets anders op zat dan Sprokkel te laten inslapen.

We hebben haar begraven op haar favoriete plekje tussen het sprokkelhout, vlak naast onze bungalow.

Helaas kan ze ons niet meer op de maandagmorgen een beetje plagen door niet tevoorschijn te komen als we met haar bakje rammelen.

Ze zou ons misschien nog wel in de omgeving van de bungalow kunnen proberen te observeren, maar wij zitten inmiddels zeeën ver van haar laatste rustplaats verwijderd.

We wonen nu al weer jaren in Ierland.

Na het overlijden van Swilly, hebben we weer een jonge border collie in huis genomen van een bevriende boer bij ons in de buurt.

Deze buurman wist dat mijn hardloopmaatje was overleden en vroeg mij of ik Maxi van hem wilde overnemen.

Hoewel het niet lang na het overlijden van Swilly was, heb ik zijn bod direct geaccepteerd.

Ik zag en zie het niet als een teken dat je makkelijk over de dood van een dierbare heenstapt, meer als een teken dat je

niet zonder kunt en weer een viervoeter in huis wilt hebben die juist veel overeenkomt met degene waar je zo gek op was: border collies hebben een heel speciaal karakter en ofschoon ze onderling verschillen, zie je er ook heel veel van je oude kameraadje in terug.

We kenden Maxi al enige tijd van de weg, waarop zij zich met de andere hondjes altijd ophield om de boerderij te verdedigen. Ze viel op omdat ze zowel een bruin als een blauw oog had en er brandschoon uitzag in tegenstelling tot haar kameraden.

De buurman liet weten dat Maxi niet geschikt was voor het boerenbedrijf, ze was te netjes, ze wilde nooit vuil worden.

Met de jeep haalde ik haar op en ging direct met haar naar het strand, waar ze nog nooit geweest was.

Haar schichtigheid van het eerste moment was snel verdwenen en toen we naar ons huis liepen, volgde ze mij direct.

Eenmaal thuis kreeg ze lekker te eten en een mooie warme mand.

De volgende dag reeds wekte ze de indruk of ze altijd al bij ons gewoond had. Maxi haar naam veranderden we in Maggie, naar Margaret Thatcher, omdat ik veel bewondering had en heb voor zulke vrouwen in het algemeen en deze Margaret in het bijzonder.

Mijn Ierse vrienden en buren zullen die mening vast niet kunnen delen.

Maggie, ons hondje, is helemaal verliefd op mij. Ze kan me eindeloos en helemaal in vervoering aanstaren en volgt al mijn bewegingen.

Na een paar jaar vonden we het leuk voor Maggie om nog een collie erbij te nemen, zodat ze met elkaar konden spelen en wat gezelschap aan elkaar zouden kunnen hebben als we een avondje uitwaren. Uit een dierenasiel in de buurt van Cork haalden we, tezamen met Maggie, onze tweede collie op en we noemden haar Lizzy. Zij heeft meer weg van een reu dan van een teefje en is groter dan Maggie en vertoont echt macho gedrag.

Ze springt met gemak over de hoogste hekken, ze is de hele dag met een bal in de weer en gaat niets uit de weg.

Haar favoriete sport is “planespotting”.

Waar wij wonen, begint c.q. eindigt de overtocht over de Atlantische oceaan op de route Europa-USA, vice versa.

Zodra ze een vliegtuig ontwaart - het is meestal niet meer dan een condens streep - vliegt ze luid blaffend van de ene duintop naar de andere, alsof ze nog wat laatste aanwijzingen wil doorgeven aan de piloot.

Terwijl Lizzy vliegtuigen aan het spotten is, wordt Lizzy op haar beurt constant gespot door Maggie. Met haar blauwe

oog kan Maggie heel afkeurend kijken naar Lizzy, bij al haar doen en laten.

We hopen dit spel tussen ons tweetal nog heel lang te kunnen gadeslaan.

PS: Helaas is Maggie begin 2016 plotseling overleden.

Einde

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved