VIERVOETERS AFLEVERING 2

VISITORS

AmazingCounters.com

EEN OASE VAN BLIJDSCHAP MET DONKERE WOLKEN AAN DE HORIZON

VIERVOETERS, Aflevering 2: Swilly

Dat met die kilometers liep eens bijna fataal af met Swilly. Op een rondje in de winter door de bossen tussen Doorn en Veenendaal, hadden we er bijna een hele middag hardlopen op zitten. Met nog slechts twee kilometer te gaan, begon Swilly ineens te wankelen en viel neer tussen de bomen, hevig respirerend en met schuim om haar bek. Ik schrok me dood en dacht dat haar hart het ieder moment zou kunnen begeven. Ik probeerde haar te kalmeren en probeerde mond op neus beademing toe te passen. Terwijl ik daar mee bezig was passeerde een paar mountainbikers de plek des onheils, welke bikers zeer waarschijnlijk een totaal verkeerde conclusie trokken uit wat zij daar waarnamen langs het bospad en daarom dus niet even stopten om te vragen wat er aan de hand was en of ze misschien even konden helpen. Nee, deze stoere fietsers vervolgden gewoon hun weg zonder de pedalen even iets minder aan te zetten.

Gelukkig kwam Swilly weer bij kennis, ze kon echter niet meer lopen en ik droeg haar in mijn armen de laatste kilometers naar huis. Dat was nog een hele opgave, want ze woog niet minder dan 25 kilo.

Nog dezelfde middag zijn we naar de dierenarts in Driebergen geweest. Deze arts constateerde dat Swilly een epileptische aanval had gehad. Door de extreme inspanning had haar bloedsuikergehalte een abnormaal niveau bereikt.

Vanaf die dag bleven we weliswaar lange rondjes maken, maar ik hield haar nog scherper in de gaten dan voorheen en korter bij mij in de buurt.

Swilly mocht graag heel hard rennen en dan genoot ze zichtbaar van haar eigen snelheid.

Langs de spoorlijn Arnhem-Utrecht, in de omgeving van Maarn, liepen we altijd over een heel smal uitgehold paadje, hoog boven de spoorlijn gelegen, maar met uitzicht op de treinen die zo nu en dan voorbij raasden. Dit paadje namen we altijd voordat we finishten in de buurt van HGB. Iedere keer als we dat paadje opliepen, ging ze er direct als een speer vandoor en zag je haar, half achterom kijkend, genieten van haar snelheid en van het opstuivende stof.

Swilly heeft me bijna 100 duizend kilometer vergezeld op mijn hardlooprondjes. In Nederland, in Oostenrijk, in Ierland en in ieder land waar we met vakantie naar toegingen.

In de bossen tussen Driebergen en Veenendaal hadden we tientallen verschillende parkoersjes in de loop der jaren ontwikkeld. Swilly kende ze allemaal. Als we op een twee- of driesprong uitkwamen, die we al eens eerder genomen hadden in diverse richtingen, bleef ze op mij wachten en anders rende ze gewoon door. Het kwam wel eens voor dat ik dacht: nu zit ze mis, maar dan ontdekte ik verderop dat ze het toch bij het rechte eind had.

Op onze tochten kwamen we van alles tegen. Soms bleef ze staan blaffen bij een vrijend paartje in het bos en moest ik haar duidelijk maken dat er niets gewelddadigs aan de hand was. We kwamen ook nogal eens een verdwaalde hond tegen in de bossen, die we dan op sleeptouw meenamen naar huis om aldaar te proberen achterhalen wie het baasje was. Soms bleef zo’n hond een nachtje slapen voordat we wisten wie de eigenaar was en dan bood Swilly de gast haar eigen mand te slapen aan.

Doordeweeks in Utrecht liepen we iedere morgen een rondje langs het Amsterdams Rijnkanaal. We renden dan aan weerszijden van het kanaal en wel van de brug bij de Douwe Egberts fabrieken tot de brug bij zwembad Den Hommel en terug.

Aan de overzijde van het kanaal lag destijds een stukje bos. Op een dag dat wij hier renden, hield Swilly ineens stil aan de rand van een zijtak van het kanaal en stond heel luid te blaffen naar iets dat daar in het water lag. In eerste instantie dacht ik dat hetgeen zij daar zag een vuilniszak was en ik ergerde me al aan het idee dat één of andere lummel zijn vuilnis daar had gestort. Swilly bleef echter blaffen en toen ik met een lange tak de vermeende zak naar de kant probeerde te trekken, zag ik tot mijn schrik een hoofd boven komen drijven. Het bleek geen vuilniszak te zijn maar een lijk.

Bij de dichtbijgelegen aluminiumfabriek heb ik de politie gewaarschuwd, die spoedig daarna arriveerde, rapport opmaakte en het lijk uit het water viste.

Swilly ging ook ieder jaar met ons mee op wintersport. Ze genoot enorm van de dikke sneeuw en van het met de bek opvangen van sneeuwballen.

Ze ging ook regelmatig mee de berg op voor een après-ski in het Mittelstation in Zell am See.

Daar werd ze door iedereen geaaid en was ze vaak het middelpunt van de belangstelling.

Ze was ook vermaard om haar truckjes met speelkaarten: we legden dan een steeds dikker wordend stapeltje speelkaarten op haar neus, welke ze eerst in balans bracht om het vervolgens in de lucht te gooien en in haar bek op te vangen.

Thuis in Ierland was ze helemaal verrukt van het zwemmen in de oceaan.

Iedere dag, zomer en winter, gingen we, na eerst een rondje hardlopen, met al haar vrienden en vriendinnen, die zich onderweg bij ons aansloten, naar het strand.

Op het strand - aldaar arriverend waren er inmiddels wel vijf tot zes honden -, gingen ze met z’n alle pas echt uit hun dak. Dan gooide ik de bal in de oceaan en zwommen alle honden om het hardst om als eerste de bal te pakken te krijgen. Swilly was bijna altijd de winnares.

Aan onze kusten in Ierland kan het behoorlijk tekeer gaan. Het kan hier gigantisch stormen en een weeralarm wordt zelden afgegeven. Bij “galeforce” 10 tot 11 of zwaarder, zie je soms op teletekst een waarschuwend berichtje verschijnen om de cliffs te vermijden. In zo’n situatie komt het voor dat we golven van 20 meter of hoger voor de deur hebben.

Op zulke dagen, en dan in het bijzonder gedurende de nachten, werd Swilly tamelijk ongedurig en kroop ze des nachts tussen ons in op bed en ze was er niet meer van af te krijgen.

In zo’n nacht werd ik eens badend in het zweet wakker, constaterend dat Swilly languit boven op me lag met haar kop in mijn nek.

Toen Swilly veel ouder werd en niet meer de snelste was tussen de jongere honden, probeerde ik de andere honden op het strand met een schijnbeweging de verkeerde kant uit te sturen en te laten zwemmen, om vervolgens Swilly de kans te geven om toch als eerste bij de bal te zijn.

Toen we ons huis in Ierland hadden gekocht, namen we Swilly altijd mee als we zomers voor een aantal weken naar Ierland vertrokken. Slechts één keer hebben we haar naar een kennel in Oss gebracht, dit op aanraden van de fokker.

De kennelhoudster zou gespecialiseerd zijn op het gebied van omgang met border collies.

We hadden dus alle vertrouwen in deze vrouw, die er een vrij grote kennel op nahield, aan de rand van het bos in Oss – dat rijmt lekker zeg. Toen we Swilly daar brachten en we even kennis maakten, gedroeg deze vrouw zich nogal dominant naar de honden aldaar in het algemeen en naar Swilly in het bijzonder. Om haar alvast te laten wennen, had ze ons meisje van ons overgenomen en terwijl we zaten, zette ze haar voet op de riem van onze lieve viervoeter - vlakbij haar halsband - zodat haar kopje tegen de grond gedrukt werd. “Mevrouw” zei dat ze op die manier liet merken de “Alfateef” te zijn.

We hadden jammer genoeg te weinig tijd om deze kennelhoudster aan een nader onderzoek bloot te stellen, we moesten naar de boot in Hoek van Holland. We hadden bij ‘t afscheid nemen van Swilly - hetgeen ons nog bijna werd verboden - geen al te goed gevoel.

Dit onaangename voorgevoel bleek achteraf volkomen terecht te zijn.

Dit even terzijde. Tegenwoordig, als ik het gevoel heb dat iets niet in orde is, handel ik er direct naar in plaats van anderen het voordeel van de twijfel te geven.

Toen we terugkwamen uit Ierland en niet op de afgesproken dag maar een dag eerder naar Oss afreisden om onze Swilly zo snel mogelijk weer bij ons te hebben, was de kennelhoudster zeer ontstemd en wilde ons eigenlijk niet toelaten om Swilly mee te nemen. Aan de andere kant van het hek had ik Swilly al ontwaard en ik zag op afstand dat ze er niet goed uitzag. Toen - daar gaan we weer - dit dikke kutwijf mij de toegang wilde versperren, dreigde ik haar vette nek om te draaien als ze niet snel genoeg opendeed.

Toen we met Swilly weer verenigd waren en we zagen dat ze dolgelukkig was dat we teruggekomen waren om haar te bevrijden uit haar benarde situatie, wisten we zeker dat we zoiets nooit meer zouden doen. Temeer toen we constateerden dat ze overal bijtwonden had, dat ze vrijwel zeker dagelijks heeft moeten vechten voor haar eten. We hebben dat rotwijf gerapporteerd bij de diverse dierenorganisaties.

Sinds een geruim aantal jaren is het geen probleem meer om je huisdier mee te nemen naar Engeland en Ierland.

In de beginjaren moesten we haar iedere keer echter meesmokkelen.

In die tijd moest je huisdier 6 maanden in quarantaine, alvorens in Engeland of Ierland toegelaten te kunnen worden.

Ze wist altijd precies wanneer we weer eens aan de grens arriveerden en dat ze zich dan gedeisd moest houden.

Slechts éénmaal liep het bijna verkeerd af. Arriverend in Ierland, werd iedere auto uitgebreid onderzocht in verband met een ophanden zijnde wapentransport van de IRA.

Swilly had zich als gewoonlijk heel stilletjes opgesteld in de achterbak: ze had wel de mogelijkheid om direct contact met ons te houden via het open ski-luik tussen de achterbank en de achterbak.

De Ierse douaneman liep naar de rechterzijde van de auto om wat vragen te stellen aan de chauffeur. Aldaar draaide Cynthia - de charmante bijrijdster - het raampje open om de man te woord te staan, terwijl ze zat.

De beambte, onder de indruk van zoveel schoonheid aan de andere zijde van het portier, liet ons zonder verdere vragen te stellen doorgaan.

De laatste keer dat we Swilly op wintersport meenamen naar Oostenrijk, hadden we het gevoel dat we wellicht teveel van haar vroegen: ze werd sneller moe en ze had last van haar nieren.

Maar haar niet te stuitten enthousiasme gaf ons steeds weer de moed om op bijna dezelfde voet met haar door te blijven gaan. In ons appartementengebouw in Oostenrijk droeg ik haar ieder keer de trappen op naar de tweede etage. Trappen die ze voorheen in één adem op vloog.

Ook ons gebruikelijke rondje hardlopen in de sneeuw de berg op, sloegen we dat jaar over. Het werd met de dag duidelijker dat zij bijna op was. Toen we in Oostenrijk naar de dierenarts gingen om haar nog eens goed te laten onderzoeken, vertelde deze vrouwelijke dierenarts dat ze op de foto mogelijk een gezwel tussen haar ribben had gezien. We werden er niet geruster op. Maar eenmaal buiten was Swilly weer vrolijk, al was het maar kort, en daar putten wij weer nieuwe moed uit.

In zo’n situatie wil ik altijd alleen maar de positieve dingen zien omdat ik niet wil toegeven dat het de verkeerde kant opgaat met een dierbare.

De terugreis naar Ierland was een lange tocht maar Swilly hield zich kras.

Toen we voet aan wal zetten in Rosslare in Ierland, liet ik haar als gebruikelijk los op het strand.

Iedere keer in het verleden als we daar het strand opliepen, ging ze uit haar bol en liet ze ons zien hoe gelukkig ze was weer terug te zijn op Ierse bodem en dus weer bijna thuis.

Ook deze laatste keer, terwijl ze zo ziek was, trok ze met haar laatste krachten een sprintje over het strand en blafte ze luid om ons, misschien, gerust te stellen. Toen we thuis kwamen, merkten we dat het einde nabij was. Swilly wilde alleen nog maar liggen.

De volgende dag, het was mooi weer, hebben we voor het huis - een plek met zicht op haar geliefde oceaan en strand - haar dikke bed geplaatst en haar daarop gelegd. Nadat we een warme deken over haar heen hadden gelegd, zagen we dat ze dromerig naar de golven lag te kijken en dat ze zichtbaar genoot van de frisse oceaanlucht.

‘s Nachts wilden we haar nog een plas laten doen. Ze kon echter niet meer op haar poten staan.

Het regende, en met twee wollen sjaals onder haar

buik, één achter haar voorpoten en de andere voor haar achterpoten, probeerden we haar een weinig op te tillen om het lopen haar wat gemakkelijker te maken. Het hielp niet.

We lieten haar toen even alleen om te zien of ze uit eigen beweging nog iets kon doen.

Ze bleef liggen in de regen en wilde niet meer overeindkomen.

We brachten haar weer naar binnen, naar haar bed op onze slaapkamer, waar ze altijd sliep.

We gingen weer naar bed in het besef dat we dit ons trotse

meisje niet langer aan konden doen en dat we de volgende dag de dierenarts moesten laten komen.

De nacht was een kwelling.

Uitgeput stond ik op toen het licht werd en ik de dierenarts belde. Gelukkig begreep de dierenarts wat er aan de hand was: ik kon de woorden “to put my dog asleep” gewoonweg niet uitspreken. Die vreselijke morgen heb ik Swilly in de huiskamer op haar bed gelegd en haar voortdurend geaaid in afwachting van de komst van de dierenarts.

Swilly was ontspannen toen de dierenarts kwam. Zoals het met dierbare viervoeters altijd is, ze vertrouwen je helemaal en leggen hun lot volledig in je handen.

Onze dierenarts onderzocht haar nogmaals uitgebreid en kon ook niets beters bedenken dan Swilly in te laten slapen. Terwijl ze in mijn armen lag en me vol vertrouwen aankeek, kreeg ze de verlossende injecties.

Sinds het overlijden van mijn broertje Charles heb ik niet zoveel verdriet gehad. De hele dag hebben we bij Swilly gezeten en gevoeld hoe langzaam maar zeker de warmte uit haar lichaam verdween. We probeerden met mooie rustige Keltische muziek haar ziel uitgeleide te doen.

Aan het einde van de middag heb ik haar graf gegraven. Op één van haar favoriete plekjes met zicht op de oceaan. Toen ik haar gewikkeld had in haar warme dekbed, tezamen met

haar speeltjes, heb ik haar heel voorzichtig in het graf gelegd en voorzichtig haar graf gevuld met zand.

Nog wekenlang hebben we lantaarntjes laten branden bij haar graf om haar niet in de duisternis alleen te laten.

Haar graf wordt gemarkeerd door een grote zwerfsteen en is inmiddels overgroeid door hoge heidestruiken en omrand door naaldboompjes. Tezamen met de oceaan, allemaal elementen waar ze zo gek op was.

Wordt vervolgd

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved