VIERVOETERS AFLEVERING 1

VISITORS

AmazingCounters.com

EEN OASE VAN BLIJDSCHAP MET DONKERE WOLKEN AAN DE HORIZON

Deze gedachte overvalt me regelmatig als ik met plezier mijn twee border collies volg die buiten de tijd van hun leven hebben hier aan de rand van Europa, aan de Atlantische kust van Ierland.

Die donkere wolken doemen op wanneer ik bedenk dat hun leven zo kort is vergeleken met dat van ons mensen en dat ik, zoals niet lang geleden, op een dag in de toekomst er weer op uit moet om zo'n lieveling aan de aarde toe te vertrouwen.

Veel dierenliefhebbers hebben zo'n martelgang moeten meemaken. Velen besluiten daarna nooit meer een viervoeter in huis te nemen omdat ze die pijn niet nog eens willen ervaren.

Toch moet iedereen voor ogen blijven houden dat het nu eenmaal niet anders is dat een hond, een kat slechts 10 tot 20 jaar te leven heeft en dat het dier met veel dankbaarheid zal terugblikken op de mooie tijd die het met jou heeft doorgebracht.

Neem toch weer zo'n sympathieke viervoeter in huis. Maar ga niet naar een fokker of een andere dierenhandelaar, maar ga naar het dierenasiel, dat vol zit met van die arme viervoetige zielen, die de hele dag met een verwachtings-volle blik door de tralies naar buiten zitten te staren en te wachten op de komst van hun (nieuwe) baasje.

Wat een geweldig gevoel om zo'n beestje (weer) gelukkig te maken.

VIERVOETERS, Aflevering 1: Een puppie in huis

Wat had ik me oneindig veel beter gevoeld als ze me had kunnen influisteren: “Bert, maak er alsjeblieft een einde aan”.

Niet alleen op de dag zelf dat we onze lieveling Swilly lieten inslapen, maar ook nog jaren later, als ik ‘s nachts terugdacht aan die dag in februari van het jaar 2006 dat we de dierenarts vroegen bij ons thuis te komen.

Nog steeds heb ik het er behoorlijk moeilijk mee en krijg ik tranen in mijn ogen als ik aan die dag terugdenk.

Je weet het namelijk nooit zeker, wanneer je dat besluit neemt, of je een leven voortijdig beëindigt of niet en wie geeft je trouwens het recht om überhaupt zo’n beslissing te nemen.

Als je honderd procent zeker weet dat je handelt naar de wens van betrokkene, dan kun je er veel meer vrede mee hebben. Maar zelfs dan kun je je twijfels hebben. Een natuurlijke dood van betrokkene, ofschoon je dan als achterblijvende ook veel pijn moet doorstaan, kun je met de tijd veel beter accepteren.

Euthanasie is en blijft een moeilijk onderwerp.

Aan de ene kant vind ik het een recht om je leven te beëindigen wanneer je het zat bent, maar wie en wanneer moet het uitvoeren? Onlangs was het onderwerp weer onder de aandacht toen bleek dat een bejaarde dementerende vrouw, met een euthanasieverklaring op zak, inhoudende dat haar leven zou worden beëindigd in geval ze dement zou worden. Haar kinderen namen het de leiding van de instelling, waarin ze verbleef, kwalijk dat zij het leven van hun moeder niet hadden beëindigd toen moeder eenmaal daadwerkelijk dement was geworden.

Ik was werkelijk stomverbaasd te horen hoe die kinderen over de gang van zaken met betrekking tot hun moeder in de zorginstelling redeneerden.

De opstelling was van hun kant simpelweg: moeder is dement dus stekker eruit.

Ze hadden totaal geen oor voor wat de leiding van deze instelling af te wegen had bij het nemen van die ultieme beslissing. Als je te maken hebt met iemand die dement is - nog afgezien van het feit of je kunt vaststellen of de persoon in kwestie daadwerkelijk lijdt - en die de ene dag bijna niet aanspreekbaar is en de andere dag weer opgewekt het leven in blikt, wat moet je dan doen?

Moet je de moeder in kwestie die dan in een opgewekte periode verkeert, melden: “Je kunt je thans weliswaar goed

voelen, maar we gaan er nu toch een einde aan maken”.

Als op die manier levens zouden worden beëindigd, hetgeen naar mijn mening niemand zou moeten willen, dan is euthanasie geen “goede dood”. Zo’n destijds getekende verklaring kan natuurlijk geen vrijbrief zijn om iemand coûte que coûte “naar de eeuwige jachtvelden” te zenden. Gelukkig werkt het niet zo simpel - hopelijk - en die kinderen moeten zich schamen dat ze zo rechtlijnig naar het einde van het leven van hun moeder wensten toe te werken. De vrouw is uiteindelijk een natuurlijke dood gestorven. Gelukkig maar.

In dit verband blijft mij ook de geschiedenis van ene Rein van Bemmelen steeds door het hoofd spoken.

Deze Rein wilde samen met zijn vrouw Lucie een voortijdig einde aan het leven maken.

Nadat hij Lucie ervan had overtuigd dat het leven nu wel voltooid was en zij aangespoord werd het verlossende medicijn eindelijk eens te slikken, onder een soort geruststellende mededeling zijnerzijds van “ik kom zo ook maar ik moet eerst ons kanariepietje nog even voeren”, blies zij haar laatste adem uit en kwam onze Rein ineens tot het besef dat het leven zo kwaad nog niet was en vertrok hij spoorslags met de Berglandexpress naar zijn geliefde in Oostenrijk, naar zijn nieuwe vriendin.

Wat me ook altijd stoort in die euthanasiediscussie is dat altijd een derde “de stekker eruit moet trekken” met alle nare consequenties - juridisch en emotioneel - voor die derde.

Als iemand het leven zat is, laat hij er dan zelf een einde aan maken. Niet door onder een trein te springen of tegen het verkeer in te gaan rijden of door wat dan ook te doen waar anderen leed mee bezorgd kan worden, maar gewoon: slik genoeg gif in totdat je lichaam het begeeft. Dan blijft niemand met een rot gevoel zitten.

Natuurlijk zijn er terminale mensen die zelfs niet in staat zijn om nog een hand naar de mond te brengen. Daar moeten we een oplossing voor zien te vinden opdat de laatste handeling toch bij henzelf kan komen te liggen.

Wie kan er nu eigenlijk niet organiseren dat de patiënt in kwestie voldoende gif binnen handbereik krijgt om er op het zelf gekozen moment een punt achter te zetten. Het is toch niet zo erg moeilijk om een royale portie slaapmiddelen op te sparen en daarna in korte tijd in te slikken? Veel mensen hebben thuis partijen ongebruikte medicijnen liggen, genoeg om een hele kudde olifanten om te leggen. Filosoferend over dit belangrijke onderwerp, heb ik me laten vertellen door een zeer geleerde man, die veel van pillen en dergelijke afweet, dat als je in korte tijd bijvoorbeeld een paar buisjes paracetamol naar binnen werkt, de kans heel erg groot is dat “het feest voorbij is”. Ik denk dat als ik er ooit een punt achter zou willen zetten, dan neem ik plaats op ons terras aan zee met een fles Cointreau in mijn ene hand en de benodigde buisjes in mijn andere hand om dan om en om slikkend in een roes weg te glijden uit dit leven. Hoewel, de combinatie van sterke drank en medicijnen wordt sterk afgeraden: het schijnt ongezond te zijn.

Swilly kwam uit een flink nest border collie puppy’s van een fokker in de buurt van Eindhoven.

Al lang hadden we het idee zo’n slimme leuke sheepdog als huisgenoot bij ons in te kwartieren.

Ook was ik al lang op zoek naar een hardloopmaatje dat me

kon vergezellen op mijn dagelijkse kilometers. Een maatje dat niet moppert als ik plotseling kies naar links of naar rechts af te slaan of nog een paar kilometer verder wens te lopen, en dat niet de hele weg maar wil praten, kortom ik was op zoek naar een hond die kilometers kon maken en, of het nu weer of geen weer is, altijd blij is als je ‘m meeneemt.

We haalden haar op met de auto op een bloedhete dag in de zomer van 1992. We hadden het zodanig gepland dat die dag samenviel met het begin van onze zomervakantie, zodat we alle tijd hadden om aandacht te kunnen besteden aan onze jonge collie.

We gaven ons meisje de naam Swilly, genoemd naar een mooie vakantieherinnering in Noord-Ierland, toen we een aantal dagen in de buurt van het aldaar gelegen Lough Swilly verbleven. Toen hadden we al besloten dat we een border collie als huisgenoot wilden hebben en dat we haar dan Swilly zouden noemen. Om redenen van esthetische voorkeur - lees elders in dit boek - wilde ik het liefst een teefje.

De zomervakantie brachten we door in ons boshuisje in Het Grote Bos in Driebergen. De rit van Eindhoven naar ons boshuisje was voor onze puppy een hele opgave: weg van moeder, vreemde personen, in een auto en het was heet.

Het duurde dan ook niet al te lang of ons hondje moest braken in de auto. De rest van de nog af te leggen route

brachten we door in de zure lucht van haar braaksel.

Het was dan ook een hele verademing toen we in ons koele boshuisje arriveerden. Swilly zocht direct een schaduwrijk plekje op onder de naaldbomen, tussen het sprokkelhout, en geleidelijk kwam zij weer tot rust. De eerste nacht in een volstrekt vreemde atmosfeer, gaf ze geen kik en de volgende dag voelde zij zich al volledig thuis. In afwachting van haar eerste mand, hadden we een kartonnen doos met een dekje erin voor haar klaar gemaakt.

De eerste nachten zat ze als een razende ponstypiste gaatjes te maken in de opstaande rand van de doos, kennelijk met de bedoeling haar vlijmscherpe tandjes wat af te vlakken.

Ze was heel tevreden met haar eerste rietenmand en om dat te demonstreren, had ze in een paar dagen tijd de hele mand gereduceerd tot een rieten matje.

Ze was gek op onze hangmat. Beurtelings lag ze boven op mij en Cynthia - mijn echtgenote - heen en weer te schommelen in de mat.

Toen ze een paar weken ouder was, nam ik haar mee op een eerste rondje hardlopen. We deden een kort rondje net buiten de camping. Het ging helaas gelijk mis. Het was in het weekend en een groepje ruiters - gelukkig zonder jachthonden - vergezeld van een stel jachthoornblazers waren aan het oefenen in het bos. Swilly was direct geboeid door dit prachtige geluid van de jachthoorns en was meteen achter de paarden aan.

Ik was behoorlijk in paniek en schreeuwde en floot me een ongeluk om haar weer bij me krijgen. Het lukte niet. Vervolgens dacht ik: misschien is ze terug gerend naar de bungalow. Daar aangekomen, zag ik dat dit niet het geval was. Weer ging ik terug naar de plek in het bos, waar ik haar het laatst had gezien. Na enig gefluit, stond ze plotseling hijgend naast mij. Sindsdien is ze nooit meer van mijn zijde geweken.

Toen ze een jaar oud was, hadden we wederom een confrontatie met de jacht. Ditmaal echter zonder ruiters en muziek, maar met een enorme meute jachthonden. Het waren een stuk of vijftig fors uitgevallen beagles die we op ons hardlooprondje midden in het bos tegenkwamen. Deze meute zette direct de achtervolging in van Swilly en ondanks pogingen van de begeleider van deze honden, ze tot de orde te roepen, lukte dat van geen kant.

Hoewel Swilly niet echt bang uitgevallen was, koos ze weliswaar niet het hazenpad maar dook een dichtbij gelegen vennetje in. Dat was heel slim van haar want zwemmende

honden kunnen elkaar niet zoveel kwaad doen. Het vennetje veranderde weldra in een soort draaikolk met Swilly in het centrum en de meute beagles daaromheen zwemmend. Om haar uit deze benarde situatie te redden, sprong ik ook in het water en tilde haar op uit het water, zodat ze op adem kon komen en de honden haar niet konden bereiken.

We hebben daar zeker 10 minuten midden in het water gestaan, totdat die meutehoeder eindelijk zijn honden aan de kant had weten te dirigeren.

De “eikel” was nog enigszins verontwaardigd ook over het feit dat ik zijn pad had gekruist en zijn honden in de war had gebracht en dat nog wel in een openbaar bos.

Toen wij onze zinnen hadden gezet op een border collie, waarschuwde een vrouwelijke kenner van het ras dat zo’n hond niet geschikt was voor ons. Zo’n hond heeft heel veel beweging nodig, stelde zij. Mensen in de stad kunnen een hond dat niet bieden, was haar conclusie. Ik liet dit “eigenwijze wijfie” weten dat ons hondje heel wat kilometertjes ging maken en vrijwel zeker meer dan haar eigen collie, die regelmatig achter de schaapjes aan moest.

Wordt vervolgd

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved