ROMANTIEK OP DE CAMPING DEEL 1

VISITORS

AmazingCounters.com
Bert Plomp, boek "When I was young", verhalen en columns.

ROMANTIEK OP DE CAMPING

Aflevering 1: In het licht van de stormlantaarn.

 

Het Grote Bos was en is een camping gelegen op de Utrechtse Heuvelrug aan de Oude Arnhemse Bovenweg, zo ergens op de grens tussen Doorn en Driebergen.

Hoewel er tegenwoordig wordt beweerd, althans door de eigenaar “Recreatiecentra Nederland BV” (RCN), dat het een professioneel geleid bungalowpark is, heeft het heel veel van zijn oude muffe Nederlands-Hervormde waarden weten te bewaren. Hierover later meer.

Met dit stukje natuur aan de rand van Doorn heb ik al tientallen jaren een haat-liefde verhouding en het zal de lezer gaandeweg duidelijk worden waarom.

Toen we voor de eerste maal in HGB arriveerden, zomer 1952, was het een mooi bos met zandvlaktes en er kampeerde slechts een handjevol mensen.

Er was een centraal verkooppunt waar je wat eerste levensbehoeften kon kopen, zoals brood, melk, pap en dergelijke.

Ene Rijks zwaaide er de Nederlands-Hervormde scepter en dat deed hij met verve. De N-H kerk was toentertijd eigenaar van het bos. Deze Rijks hield de kamperende zieltjes goed onder zijn Christelijke duim. Hij heeft zelf ooit ook een boekje uitgegeven: “Dynamisch rusten, in het licht van de Bijbel”. Nou dan weet je ongeveer wel met wat voor

een individu we hier te maken hebben.

Zonder dat ik het boekje gelezen heb, zal de inhoud er wel op neer komen dat er duidelijk aangegeven wordt hoe “Jan de Arbeider” door inspanning op het bos zich kan ontspannen binnen de regeltjes van de “Heilige Schrift”. Zo’n boekje zou je toch niet in je boekenkast willen laten aantreffen. Ik hoor mijn vrienden al zeggen: “Jezus, Bert, wat lees jij tegenwoordig voor een ****?”.

Net zoals mijn boekje nooit een bestseller zal worden, zal zijn boekje nooit een bestseller zijn geweest. Ik heb het zelfs niet bij De Slegte in de aanbieding zien liggen.

Maar in tegenstelling tot zijn boekje zal de titel van mijn boekje nog menigeen nieuwsgierig maken, vooral omdat er prikkelende stukjes over Het Grote Bos in staan.

Onze Christelijke leider had bepaald een onsympathiek voorkomen, dat het midden hield tussen het voorkomen van Fidel Castro en dat van een willekeurige gevreesde kampcommandant. Hij liep ook altijd rond in een paardrijbroek van het “type Göring” met dito laarzen en hemd met opgestikte zakken. Daarbij kwam dat hij ook nog eens een glazen oog had, wat dat onsympathieke beeld nog extra versterkte.

In zijn rechter hand hield hij altijd een zweepje, terwijl er geen paard in de verre omtrek te bekennen was.

Dat zweepje leek wel vergroeid te zijn met die hand en daarmee leek hij ieder moment ook te willen toeslaan.

Op het bos heerste de ijzeren regel dat alle activiteiten uiterlijk om 22:00 PM “sharp” gestaakt dienden te worden en dat iedereen, groot en klein, om 23:00 PM onder tentzeil was ten einde een aanvang te maken met de nachtelijke invulling van het “Dynamisch rusten, in het licht van de Bijbel”.

Vanaf dat tijdstip trok onze grote leider zelf het bos door om zich er persoonlijk van te vergewissen dat zulks bij een ieder het geval was.

We hebben het eens op een avond meegemaakt, terwijl de avondklok al was ingegaan, dat we met de buren van de tent naast ons “in het licht van de stormlantaarn” dit maal, nog op christelijke wijze voor de tent de dag zaten te evalueren, toen deze met zichzelf zeer ingenomen mafkees plotseling als een zombie uit het duister in het licht sprong en mijn ouders de les begon te lezen.

In de tijd dat het aantal kampeerders begon toe te nemen en hij het niet meer in z’n eentje af kon om het “Dynamisch rusten” af te dwingen, rekruteerde hij een aantal geestverwanten, die met hem na 23:00 PM het terrein afstruinden op zoek naar zondaars.

Deze mannelijke geestverwanten waren veelal door hun

vrouwen of op andere wijze gemarginaliseerde typetjes, die er bovendien niet vies van waren om plotseling op het meisjeskamp een tent open te rukken in de hoop daar een andersoortig “dynamisch rusten” te mogen aanschouwen. Op zo’n avond, nadat de spertijd was ingegaan, vertoefde ik in een tent op het meisjeskamp en wel in het gezelschap van een Haags vriendinnetje, Joan geheten. Met Joan had ik al een aantal jaren in de zomer omgang. Zij was vrij lang en slank, had bruine ogen en ze had heel lang donker bruin haar, ze had iets weg van een blanke Indiaanse. Boven al dat moois, rook ze ook nog eens verrukkelijk. Haar kleding waste ze zeer regelmatig met gebruikmaking van een waspoeder dat meehielp die lekkere geur te verspreiden. In die dagen waste mijn moeder thuis overigens nog met groene zeep, als ik me niet vergis.

Rekening houdend met het feit dat Rijks’ handlangers hun ronde aan het doen waren, had ik het behaatje van mijn vriendin omgedaan: ze had het die nacht toch verder niet nodig.

Mijn haar was weliswaar niet half zo lang als dat van haar, maar op het eerste gezicht kon je de indruk krijgen dat er twee meisjes lagen in die tent.

En inderdaad, kennelijk had ook onze bijzondere opsporingsbrigade er lucht van gekregen dat de bewuste

tent door een alleraardigst heerlijk ruikend meisje werd geoccupeerd. Dus rits, de tent open: resultaat twee meisjes in aandoenlijke rust. Zelfs “éénoog”, op afstand meeglurend, kon niet anders concluderen. In die tijd ging men er kennelijk nog niet vanuit dat ook meisjes met elkaar zondig bezig konden zijn.

Thans, al jaren wonend in Ierland, ben ik omgeven door alleen maar lieve bruinogige meisjes. Ik ben altijd gek geweest op bruinogige meisjes. Tezamen tellen mijn meisjes vijf bruine ogen, niet omdat er één oog ontbreekt of dat er ook hier een glazen oog in het spel is, neen, dat is omdat Maggie - één van onze beide border collies - één bruin en één blauw oog heeft. Met dat blauwe oog heeft ze altijd een speciaal oogje op mij en kan ze mij heel koel aankijken.

Onze kampbeheerder had in de loop der jaren een hele groep hielenlikkers om zich heen verzameld. Je hebt altijd van die mensen die tegen zo’n leidend figuur opzien en hem dan gaan vleien in de hoop dat ze met hem gezien c.q. geïdentificeerd zullen worden.

Het was op gegeven moment de man zo naar de kop gestegen door al die vleierijen, dat hij een jaarlijks wederkerende “Rijksdag” instelde.

Op die feestelijke dag kon het campingvolk zijn held toejuichen en vereren. Deze dag kreeg veel weg van een

Koninginnedag met bijbehorend defilé.

Eén van die jaren liet hij zich, als startpunt van de festiviteiten, per helikopter op het sportveld in het bos, te midden van het massaal toegestroomde volk, droppen om aldaar geland alle goede wensen in ontvangst te nemen. Het leek wel een omgekeerde Hemelvaartsdag.

Veel van die aanhangers kwamen direct of indirect voort uit Bijbel studiegroepjes. Deze groepjes bestonden bijna altijd uitsluitend uit mannen, net als bij die Koran studiegroepjes. Vrouwen zijn natuurlijk te zondig om deel uit te kunnen maken van zulke groepjes heilige studiehoofden. Mijn vader heeft ook ooit de fout gemaakt aan die groepjes deel te nemen.

De geestelijk leider, opererend binnen zijn opdracht van de Nederlands-Hervormde Kerk, stelde Durex huisjes - of was het Durox, ik weet het niet meer -, die in de loop der jaren op de camping waren verrezen, beschikbaar voor deze studiegroepjes. Zodat deze vrome mannen met elkaar over allerlei tekstjes uit de Bijbel konden filosoferen. Dit filosoferen moest de richtlijnen van de NH-kerk natuurlijk niet te buiten gaan.

In deze huisjes - het waren eigenlijk niet meer dan wat groot uitgevallen kippenhokjes - hing altijd een wat zure muffe lucht. Met de aanwezigheid van deze mannen, werd

die lucht er bepaald niet minder muf en zuur om.

Al dat gestudeer in die heilige boekjes, van welke oorsprong dan ook, levert alleen maar ellende op.

Je krijgt dan allerlei afsplitsingen: deze legt een tekstje in de Heilige Schrift, of in welk heilig boek dan ook, uit op die manier en een ander weer op een andere manier en uiteindelijk gaan al die neuzelaars elkaar met die boekjes om de oren of nog erger de hersenen in slaan.

Als het daarbij bleef was de ellende nog te overzien, maar inmiddels zijn al miljoenen mensen vermoord op grond van de inhoud of om het verschil in interpretatie van de inhoud van die heilige boekjes.

Het ware beter indien al die volwassen kerels op de vrije zondag, als ze dan toch zo nodig willen studeren, zo’n Zweeds studieboekje met afbeeldingen van “Gezonde blonde Germaanse atletische vrouwen” ter hand namen en een gezond spelletje gingen doen, zoals in mijn jeugd de leden van ons studieclubje plachten te doen.

Er zijn vast nog wel van die boekjes in omloop en anders moet men maar even contact met mij zoeken en zal ik uitleggen waar we ons geheime kistje met boekjes hebben begraven.

Er waren natuurlijk ook wel echt leuke dingen te doen in ons onvolprezen HGB. Ook ten tijde van onze goedheiligman Rijks.

Kerst, Pasen en dergelijke dagen waren eerst echt leuk toen mijn ouders zich een bungalow op HGB konden veroorloven.

Voordien kwamen we nooit met Kerst, omdat eerst een tent en later een tenthuisje niet geschikt waren om de winterse omstandigheden tijdens een kerstvakantie het hoofd te bieden. Bovendien was het sowieso niet toegestaan dit type onderkomens in de winter overeind te houden. Toen ik een jaar of 14 was, kochten mijn ouders deze stenen bungalow met rieten kap, verwarmd door middel van een oliekachel. Deze bungalow heeft in mijn tienertijd een belangrijke rol gespeeld waar het om mijn liefdesleven ging.

Het was begin zestiger jaren dat we ook met Kerst op HGB verkeerden.

Met een aantal vrienden, vooral vrienden van mijn oudere broer Theo, hadden we de beschikking gekregen over een deel van de kampwinkel, alwaar we een soort disco hadden ingericht. Veel visnetten, schaarse verlichting, posters en dergelijke, kortom een sfeer gelijk vele beatkelders in het centrum van Utrecht van die tijd.

Hier werd, onder het luid afspelen van de eerste singles van The Beatles en The Stones, geswingd en voorzichtige toenadering gezocht tot vertegenwoordigsters van het andere geslacht, voor zover aanwezig.

Meestal waren we maar met 5 tot 10 jongens en meisjes daar, maar de sfeer was geweldig. Buiten lag er sneeuw, binnen was het niet echt warm maar de oliekachel bood een aangenaam punt om even op te warmen, als dat al nodig was na een fiks partijtje twisten en shaken.

WORDT MORGEN VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

 

Copyright © All Rights Reserved