MET EEN VOET TUSSEN DE DEUR

VISITORS

AmazingCounters.com

MET EEN VOET TUSSEN DE DEUR

“De wedstrijd is pas afgelopen als het laatste fluitsignaal heeft geklonken”.

Zo sprak ik tot mijn vader om hem op het laatst nog wat moed in te spreken, kort voor hij in coma geraakte en een paar dagen later overleed aan de gevolgen van schildklierkanker.

Hij overleed in de zomer van 1975 en was slechts 59 jaar oud.

Staande aan zijn bed in het Diaconessenziekenhuis in Utrecht, die middag in juni, merkte ik dat het einde nabij kwam. Ik legde mijn hand op zijn buik om te voelen of hij nog steeds ademde. Zijn ademhaling werd steeds zwakker en toen was het plotseling afgelopen.

De behandeling van zijn ziekte moet een verschrikking voor hem zijn geweest. Begin 70-tiger jaren kon er nog geen precisie bestraling toegepast worden.

Zo nu en dan zag je dat zijn hele borst en hals verbrand waren door de zware bestraling die hij had ondergaan.

Ik denk dat het hele proces misschien wel langer dan een jaar heeft geduurd.

Het is mogelijk dat zijn deelname aan een experimentele methode om af te vallen, onder regelmatige toediening van hormonen, de ziekte in gang heeft gezet.

Hoe het ook zij, het was een heel triest lot voor iemand die nooit rookte en nooit alcohol consumeerde en bovendien veel aan sport had gedaan, om door zo’n ziekte zo jong te moeten heengaan.

Ik denk niet dat mijn vader echt een leuk leven heeft gehad.

Hij werd geboren tijdens de eerste wereldoorlog en maakte als jong volwassene de hele tweede wereldoorlog mee.

Zijn moeder was reeds op jonge leeftijd gestorven, ik heb, jammer genoeg, zelfs geen enkele foto van haar terug kunnen vinden.

Ofschoon ik menig mep voor mijn hoofd van mijn vader heb mogen ontvangen, blijft hij in mijn herinneringen overeind als een goedaardig mens.

Hij hield helemaal niet van klappen uitdelen.

Veelal gebeurde dit om te beginnen natuurlijk omdat we kattenkwaad hadden uitgespookt. Maar hij sloeg niet eerder dan nadat mijn moeder hem hiertoe langdurig had zitten aanmoedigen.

Op de avond van de dag van zijn begrafenis vond er een bizar voorval plaats in het huis van de zojuist ter aarde bestelde.

Die avond was de broer van mijn vader, ome Co, nog op bezoek gekomen. Hij was zeer overstuur en was, zoals later bleek, vanwege een speciale missie nog op komen draven.

Het geval was dat mijn vader op zijn sterfbed tegenover hem zijn zorgen had geuit over de omgang die mijn zus had met een bepaalde jongeman.

Mijn oom moest die persoon uit de buurt van mijn zuster houden, zo had mijn oom het begrepen en als zijn taak opgevat.

De eerder genoemde jongeling verscheen, niet wetende wat er boven zijn hoofd hing, later op de avond bij ons in de buurt en mijn oom maakte aanstalten naar buiten te gaan teneinde hem te verjagen.

Al zwaaiend met een mes ter grootte van een aardappelschilmesje vloog hij naar de buitendeur.

Echter hij werd geblokkeerd door een attente kennis van mijn vader, die ook op dat moment bij ons thuis verkeerde.

Voordat we er erg in hadden rolden beide mannen door onze huiskamer met als eindresultaat dat mijn oom zonder zijn mini klewang - hij had ooit in Indonesië gediend - afdroop.

Mijn vader had dit jaar (2014) 98 jaar oud kunnen zijn geworden. Dat is een leeftijd die natuurlijk sowieso niet voor iedereen is weggelegd, maar hij had er nog kunnen zijn en bij ons in Ierland hebben kunnen genieten van de Atlantische sferen.

Wat zou het mooi zijn geweest indien we wat langer met hem hadden kunnen doorbrengen, zeker gedurende de jaren

dat je zelf ook echt volwassen was.

Als beroepsmilitair is mijn vader nog een tijdje in Schotland gelegerd geweest.

Hij bezat een compleet militair Schots kostuum, kilt incluis en een hele collectie grammofoonplaten met doedelzakmuziek.

We konden toentertijd die muziek niet aanhoren, maar uiteindelijk heeft die muziek ertoe bijgedragen dat ik thans al jaren in Ierland woon en maar al te graag “the pipes” hoor bespelen.

Na de oorlog wisselde mijn vader het ene leger in voor het andere.

Van een soldaat met een geweer om zijn schouder werd hij een heilssoldaat met de Bijbel in zijn hand.

Samen met mijn moeder bezocht hij een speciale

opleiding van het Leger Des Heils en kregen ze later beiden in de rang van kapitein de leiding over het hoofdkwartier van het Leger Des Heils, afdeling Utrecht, gelegen aan de Lange Nieuwstraat.

Ze waren beiden zeer actief in het overbrengen van “de boodschap”.

Zodoende trokken ze gewapend met een Bijbel en een gitaar het ganse land door.

Ofschoon we ras Utrechters zijn, werd mijn broer Charles op

één van die veldtochten in Amsterdam en ik, op een eerdere tocht, in Hengelo (Ov.) geboren.

Op het hoofdkwartier in Utrecht organiseerde mijn vader allerlei samenkomsten en activiteiten voor de jeugd.

Zo waren er iedere week filmvoorstellingen in de grote zaal van het hoofdkwartier: de “Rin Tin Tin” films over de avonturen van een Duitse herdershond. Deze films waren verreweg het populairst.

Er waren knutselmiddagen, waarbij mijn vader de jongeren o.a. leerde figuurzagen en dergelijke.

Door een intern conflict kwam er omstreeks 1953 een einde aan deze Goddelijke betrekking.

Hierna ging mijn vader het zakenpad op: hij werd verzekeringsagent bij de “Onderlinge ‘s-Gravenhage”.

Samen met een ex-collega uit het Leger des Heils, Winter genaamd, ging hij de boer op.

Daarbij gingen beiden vaak zeer geraffineerd te werk teneinde iemand een verzekeringspolis in de maag te splitsen.

Vanuit hun Christelijke achtergrond, maar nu voor de verandering deel uitmakend van de “Nederlands

Hervormde Kerk”, hadden ze een flink bestand van

adressen weten te bemachtigen van gelijkdenkenden.

Als ze bij iemand van die lijst ‘s avonds aan de deur verschenen met hun vrome uiterlijk en ze werden binnen genodigd, dan trokken beide broeders in ‘t “kwaad” hun Bijbel en werden de potentiele klanten getrakteerd op een stukje tekst uit de heilige schrift.

Daarna werd er eerst, al knielend op de grond, gebeden en vervolgens gefilosofeerd over leven en dood en de noodzaak de pasgeborene of een toekomstig kind goed te verzekeren en natuurlijk over de plicht om toekomstige nabestaanden goed verzorgd achter te laten.

Aangezien zulke bijbelvaste mannen veel vertrouwen inboezemden bij een onwetend Christelijk gezinnetje, werden op die manier heel wat polissen afgesloten en werd mijn vader spoedig van gewoon agent tot hoofdagent gebombardeerd.

Later wist hij zelfs nog op te klimmen tot het hoge ambt van adjunct-inspecteur.

Als verzekeringsman heeft mijn vader eenmaal de mogelijkheid gehad een heel grote slag te slaan.

Hij had zich weten binnen te dringen bij “Kip Caravans” in de buurt van Amersfoort. Hij had daar meer dan een jaar de deur plat gelopen om “de zaak rond te krijgen”.

“De zaak is rond” was in die tijd - midden zestiger jaren - een tamelijk populaire term in de zakenwereld of in ieder geval in de vocabulaire van mijn vader.

Iedere keer als hij terug kwam van meneer Kip, was ‘t niet “Kip ik heb je” maar “De zaak is bijna rond”.

Op het laatst plaagden we hem met of de zaak zo langzamerhand niet vierkant dreigde te worden. En inderdaad de zaak is nooit rondgekomen.

Mijn vader was regelmatig op zoek naar fortuin: een gezonde bezigheid.

Een laatste maal dat hij fortuin dacht te veroveren was toen ineens het verhaal opdook dat we afstamden van een zeer rijke Franse familie. Helaas, niet alleen voor hem maar ook voor ons, die zaak kwam evenmin ooit rond.

Om ons gezinnetje financieel draaiende te houden, had mijn vader één of soms meerdere bijbaantjes.

Zijn laatste bijbaantje betrof het bewaken ‘s avonds,

‘s nachts en in ‘t weekend van de bouwketen en het gebouw in wording van het transitorium 1 en 2 in het toentertijd nieuwe universiteitscentrum “de Uithof” in Utrecht. In de periode dat de bouw startte lag het bouwterrein nog eenzaam en verlaten midden in de polder.

Omdat mijn vader ook maar twee handen had, deden mijn broer Theo en ik afwisselend de avond- en weekenddiensten en mijn vader de overnachtingen.

Samen met vriend Joop, deed ik veelal mijn aandeel in het bewakingswerk of wat daarvoor moest doorgaan.

Joop en ik richtten onze controle voornamelijk op die van de consumptievoorraad in de kantine.

Bovendien hielpen we de ingenieurs een beetje van hun ongezond grote rookvoorraad af te komen.

Tussen het roken door deden we ook ons huiswerk, onder de klanken van radio Veronica. We hebben daar heel wat sigaren en sigaretten in rook doen opgaan.

Gelukkig was er toen nog geen video bewaking en bestond er evenmin een systeem van rookalarm.

Minder voorspoedig verging het mijn vader op de bouw. Bij één van zijn controletochten is hij in het donker in de betonnen bouwput van transitorium 1 gevallen.

Het was een wonder dat hij levend uit de put is weten te komen en de weg naar huis heeft weten te vinden.

Hij had een scala aan blauwe plekken, kneuzingen en bloeduitstortingen opgelopen en was bovendien half kreupel geraakt.

In die erbarmelijke omstandigheden moest hij de volgende dag gewoon zijn verzekeringswerk weer voortzetten: hij kon zich moeilijk ziek melden met de mededeling dat hij in een bouwput was gevallen tijdens een klantenbezoek.

Alhoewel, als je met de Bijbel in de hand op zoek naar nieuwe klanten door donker Utrecht trok in die dagen, en ook nu nog, kon je best een gemene val maken als je dat

heilige boekje niet een, twee, drie los liet als je bijvoorbeeld struikelde.

Kennelijk is dat niet in mijn vaders hoofd opgekomen. Dus ondanks alle ellende toch maar met de fiets op pad.

Uiteindelijk eindigde mijn vader zijn carrière met een rustig baantje op het hoofdkantoor van de AMEV.

Via mijn bemiddeling - ik werkte in die dagen zelf bij de AMEV - kon hij samen met z’n collega Winter daar terecht. Ofschoon hij aanvankelijk niets voelde voor zo’n vaste kantoorbaan, was hij uiteindelijk zeer tevreden met zijn nieuwe job.

Zonder te willen pochen, kan ik zeggen dat ik redelijk sportief ben aangelegd. Dat sportieve karakter moet ik, en mijn broers, overgenomen hebben van mijn vader.

In zijn jongere jaren voetbalde mijn vader bij VELOX in het eerste team. Na zijn voetbalperiode, zomers op de camping, waren we hele dagen aan het badminton spelen. Samen met mijn broers Theo en Charles en mijn vader, werd er bijna iedere dag urenlang heel fanatiek gespeeld.

Mijn broers en ik waren ook van jongs af aan heel erg bezig met lange afstand hardlopen.

Iedere zondag aan het einde van de middag vond de ronde van Het Grote Bos plaats: een loop van 5 KM rondom het bos. Menigmaal eindigden mijn broers en ik als eersten.

Mijn vader heeft ook een keer, aangemoedigd door ons succes, een ronde meegedaan.

Toen we net uit de startblokken waren vertrokken en we nog in elkaars buurt liepen, hoorde ik één van de vele toeschouwers roepen: “Wat komt daar voor een oud konijn aan?”.

Mijn vader heeft het rondje nog wel uitgelopen, maar daarna hebben we hem nooit meer gezien bij dit evenement.

Spelletjes doen, was ook één van de favoriete bezigheden van mijn vader. Vooral kaarten en dammen.

Maar hij speelde vrijwel altijd vals en vooral met klaverjassen.

Tijdens het kaarten - hij wilde altijd zelf de kaarten schudden - kon je overduidelijk zien dat hij zat te steken, maar hij ontkende dit in alle toonaarden.

Vaak moest er ook om geld gekaart worden, zeker wanneer er familie op bezoek was.

Dan was het snel gedaan met het kaarten en eindigde het steevast in ruzie.

Een ander spelletje waar hij heel bekwaam in was, was het “robotspel”.

Bij dit spel stond een poppetje in de vorm van een robot midden op het speelbord, op een rond stukje glimmend metaal.

Tijdens dat spel waren er talloze vragen te beantwoorden.

Nadat de vraag was gesteld en beantwoord, werd het robotje op het metalen plaatje geplaatst en wees hij met een

aanwijsstokje het juiste antwoord aan op het bord.

We waren regelmatig met stomheid geslagen dat mijn vader vrijwel alle antwoorden wist, totdat ik me bedacht dat hij alle vragen en antwoorden al zorgvuldig vooraf had bestudeerd.

Dit fenomeen ervaar je tegenwoordig ook vaak als je uitgenodigd wordt mee te doen aan bijvoorbeeld een spelletje “Triviant”.

Het is voor mij een reden om daar niet op in te gaan, want ik hou er niet van om allerlei feitjes uit mijn hoofd te leren.

Degenen die jou voor zo’n spelletje hebben uitgenodigd, hebben die vragen en antwoorden al talloze malen voorbij zien komen.

Jij hoort die vragen meestal pas voor de eerste keer en je bent geneigd te denken wat weten die lui veel en wat weet ik eigenlijk weinig.

Ooit heb ik tijdens zo’n gezellig spelletje met mijn broer en zijn zoon meegemaakt dat ik het enig juiste antwoord gaf: “Schwarzwälder Kirschtorte” - de originele naam van het gevraagde gebak - en dat dit door vader en zoon werd afgekeurd omdat op het antwoordkaartje de naam van het

gebak in het Nederlands vermeld stond.

Wat betreft mijn vader heb ik die schijnbare overmaat aan kennis toen bloot gelegd door het bovenlijfje van dat robotje half om te draaien, zodat het robotje vervolgens de meest waanzinnige antwoorden aanwees op de gestelde vragen.

Mijn vader stond altijd klaar om iedereen te helpen.

Jammer dat hij dit al lang niet meer doet.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved