GELD UIT AUSTRALIË

VISITORS

AmazingCounters.com

 

GELD UIT AUSTRALIË

 

Ome Klaas Kramer vond Nederland eigenlijk maar niets. Vele Nederlanders die het vaderland na de oorlog de rug toekeerden, hadden diezelfde opvatting. Ik vind Nederland wel een fijn land, maar veel van de ouderwetse gezelligheid heeft jammer genoeg plaats moeten maken voor onverschilligheid, hufterigheid, gigantische criminaliteit, zo goed als geen sociale controle en “last but not least”: een te grote dominantie van de zijde van verkeerd willende Marokkaanse islamieten, die in Nederland een soort Nieuw Marokko lijken te willen stichten. Het gekke is dat als je Marokkanen in een stad als Casablanca meemaakt of aan het woord hoort, dan vraag je je af wat voor soort Marokkanen hebben wij eigenlijk in huis gehaald. Inwoners van zo’n grote stad in Marokko vragen zichzelf verwonderd af waarom ze in Nederland al dat irritante gedrag en dat fanatisme accepteren. Eigenlijk is dat allemaal niet zo verwonderlijk als je hoort hoe onze politici met dat probleem omgaan. Het is toch “the bloody limit” dat een toenmalige minister van justitie, ene Ernst Hirsch Ballin, liet weten dat indien de meerderheid de “Sharia” wenst in te voeren, dan gaan we toch die achterlijk wetgeving in Nederland invoeren. De Sharia, zo’n Islamitische wetgeving uit het stenen tijdperk, waarbij vrouwen altijd het onderspit moeten delven en waarbij die kereltjes altijd vrijuit gaan wanneer ze bijvoorbeeld seks hebben gehad met een vrouw, die het om de een of andere bezopen reden in die situatie niet mocht hebben met zo’n braaf mannetje en dan moet die arme vrouw voor straf maar gestenigd worden. Laten we om te beginnen al die akelige hypocriete mannetjes, die niet in staat zijn hun geslacht veilig achter hun gulp opgesloten te houden, eens stenigen en niet die zogenaamd zondige vrouwen. Maar die arme mannetjes zijn natuurlijk verleid geweest door die gemene vrouwen, zal de Sharia-rechter wel in het voordeel van die laffe ettertjes uitleggen. Voordat we ook maar zouden willen nadenken over het invoeren van zo’n achterlijke wet, dan moeten die Sharia-aanhangers zulke wantoestanden eerst maar eens rechtbreien of ten minste eerst eens aanvaarden dat mannen en vrouwen even goede of even slechte wezens zijn en even goede of even slechte chauffeurs kunnen zijn en dat het barbaars is om een vrouw, die ook eens een ritje met de auto wilde maken, 150 zweepslagen te verkopen.

Wat ik maar niet kan bevatten is dat al die moslimvrouwen, en dat zijn er toch heel wat, dat onderdrukkende gedrag van die kerels altijd maar blijven pikken. Het zijn in al die geloven altijd mannen met baarden die alles dicteren, er komt geen vrouw aan te pas. Het zal toch niet komen omdat vrouwen over het algemeen geen baard dragen? Laat die enorme massa vrouwen die kerels nu eindelijk eens met twee handen bij hun baard vatten en die kerels een gigantische schop onder hun ballen verkopen in plaats van zich nog dieper in een onderdanige rol te laten dwingen door, zelfs in een vrije westerse samenleving, hun schoonheid al dan niet geheel te bedekken met hoofddoeken, boerka’s en wat dies meer zij. En dan al die walgelijke besnijdenissen: moeders die hun eigen dochters dwingen die waanzinnige primitieve mishandeling te ondergaan. Hetzelfde geldt in wat lichtere mate voor jongetjes. Het is en blijft maar toegeven aan de machtswens van al die bebaarde mannen en al hun mannelijke volgelingen en de heersende mening binnen dat primitieve geloof dat vrouwen gewoon minderwaardige wezens zijn en alleen maar goed zijn voor de voortplanting.

In Nederland moet eindelijk eens heel duidelijk gesteld worden dat als je er zo graag wilt komen wonen, dan pas je je maar aan en anders sodemieter je maar op.

Hier in Ierland is het ook niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar op de hiervoor genoemde punten, leef je zorgeloos als in de vijftiger jaren in Nederland. Om een paar vervelende voorbeelden in Nederland te noemen, die wij zelf aan den lijve hebben ondervonden: In de vijf jaar voordat we naar Ierland vertrokken, werd er in totaal vijfentwintigmaal ingebroken in onze auto en werd er driemaal ingebroken in ons huis. Ook heeft men een keer geprobeerd ‘s nachts via het balkon onze slaapkamer binnen te dringen en ga zo maar door.

Het gedrag in het verkeer is van een hufterigheid, die je verder nergens in Europa ervaart: bumperkleven, rechts inhalen, waar het verboden is, vlak voor je auto plotseling op de rem gaan staan enzovoort. En dan die onverschilligheid. Als je op straat neergeslagen wordt, loopt men het liefst in een grote boog om je heen alsof je melaats bent, in plaats van je te hulp schieten. Eventuele hulpverleners worden namelijk ook te grazen genomen en professionele hulpverleners moeten het al helemaal ontgelden.

Met de sociale betrokkenheid is het helemaal treurig gesteld. Zoals onlangs nog weer eens bleek toen een oude vrouw in haar huis in een druk bewoonde buurt dood werd aangetroffen. De oude vrouw bleek al tien jaar dood te zijn. Ze had nota bene familie en buren. Kennelijk waren die totaal niet geïnteresseerd in de buurvrouw en haar wel en wee. Je moet er toch niet aan denken dat er al tien jaar een dode vrouw aan de andere kant van de slaapkamermuur ligt te verteren. Misschien wel op slechts twintig centimeter verwijderd van je hoofdkussen. Al is die persoon niet je grootste vriendin, je zou je toch eens moeten afvragen: “Waar is die vrouw van hiernaast eigenlijk gebleven?”. Je zult maar gezegend zijn met zulke buren en wat te zeggen van haar familie, van haar dochter?

Zelf kwam ik ooit terug van vakantie en merkte op dat mijn buurman in Oog In Al in Utrecht was overleden. Een man die bijna zijn hele leven daar gewoond had, gelijk een aantal oudere buren, die hem hadden zien opgroeien. Toen ik hen vroeg of ze wisten dat de desbetreffende buurman was overleden, kreeg ik als antwoord: “Ik had al zo’n idee, maar ik heb officieel niets vernomen, dus ik weet van niets”. Dat was tevens de reden om niet even bij de getroffen familie langs te gaan.

Als hier in Ierland iemand overlijdt, dan zijn er drie officiële gelegenheden om afscheid te nemen van de overledene: in de aula van de begrafenisondernemer, de volgende dag tijdens de uitvaartdienst in de kerk en op de begraafplaats zelf. In alle drie gevallen zijn altijd talloze belangstellenden aanwezig. De straten in de wijde omgeving staan op zo’n dag dan vol met geparkeerde auto’s van buren, vrienden en familieleden, die van heinde en verre komen om afscheid van de overledene te nemen. In Nederland mag je in zo’n situatie blij zijn als ten minste de eigen familie een gaatje in de agenda weet te vinden om je uit te zwaaien. Echter, als er wat te verdelen valt na je overlijden, dan mag je wel rekenen op een behoorlijke opkomst. In dat geval doen er zich taferelen voor als in Zorba de Griek. In die film heeft de stervende de ogen ternauwernood gesloten of de hele kamer is al leeggehaald en rest er slechts nog een kaal spiraal met het lijk erop. Dat doet me trouwens terugdenken aan een vrouwtje dat veel interesse toonde in alle waardevolle spulletjes van haar grootmoeder. Terwijl grootmoeder nog kerngezond was en iedere dag haar hersenen oefende met het oplossen van de meest moeilijke puzzeltjes, noteerde dit vrouwtje alvast haar eigen naam achterop al die spulletjes. Met andere woorden: niet aankomen, dit heb ik al geclaimd.

Zolang wij hier in Ierland wonen, hebben we nog nooit iets gezien of persoonlijk meegemaakt dat op criminaliteit lijkt. Je hoeft hier niet bang te zijn dat je je auto of je huis niet goed afgesloten hebt. Je kunt je auto hier vol met boodschappen zonder enige zorg onafgesloten achterlaten op een parkeerplaats. Een paar keer ben ik zelfs vergeten mijn portemonnee, die nota bene achter de autovoorruit duidelijk zichtbaar lag, mee te nemen. Zonder enig gevolg.

Slechts één keer waren we getuige van een knokpartijtje. De zanger van een bandje was, voordat zijn optreden in een pub aanving, op de vuist gegaan met een andere jongeman. Het conflict ging om een meisje, op wie ze beiden verliefd waren. Wie zou daar niet voor willen vechten? Voordat de zanger begon met zijn optreden, maakte hij uitvoerig zijn excuses voor zijn brute gedrag, hetgeen door het publiek, toch wel met een zeker gemor, werd geaccepteerd.

Toen ooit tijdens een zware storm - het stormt hier in de winter iedere twee dagen - een aantal leien van ons dak was afgewaaid en wij op dat moment buiten Ierland verkeerden, werd het dak spontaan door een van de buren gerepareerd. Dat heet sociale controle. Tot zover even hoe het hier gesteld is.

Ome Klaas vond Nederland dus maar niets en was in de vijftiger jaren met al zijn Kramertjes naar het verre Australië geëmigreerd. Na een aantal jaren echter keerde de gehele familie om gezondheidsredenen weer terug naar Nederland. Het betrof de gezondheidstoestand van de moeder van het gezin. Omdat er in Nederland niet direct woonruimte voor hen voor handen was, trok de hele familie Kramer bij ons in. Oftewel in onze driekamerflat, waarin we al met z’n zessen gehuisvest waren, kwamen er nog eens zes personen bij. Voor mijn broer Theo en mij betekende dat dat we ons heil elders in de buurt moesten gaan zoeken. Theo kon bij zijn vriend Theo de Vries terecht en ik bij de familie De Bode. Voor Theo en mij had die situatie eigenlijk niet lang genoeg kunnen duren, zoveel beter waren wij af op onze logeeradressen.

Ome Klaas zat onderwijl steeds hoog op te geven over hoe goed het wel niet was in Australië, het land dat hij noodzakelijkerwijs had moeten verlaten, we werden er wel eens moe van. Op een goede dag ontving ome Klaas een postpakket uit Australia en met zichtbare trots wilde hij ons deelgenoot maken van de onthulling van de inhoud van het pakket, welk pakket hij al enige tijd stond heen en weer te schudden. Al schuddend aan het pakket wilde hij ons laten horen welke grote som klinkende munten daarin opgeborgen moest zijn: geld voor hem en zijn familie ingezameld door hun grote en zeer betrokken vriendenschare in Australië, althans dat was de verwachting die hij uitsprak tegenover het twaalftal onder de indruk zijnde bewoners van onze driekamerflat op de derde etage in het Lodewijk Napoleonplantsoen. In gespannen afwachting keek eenieder scherp toe hoe ome Klaas het pakket ontmantelde en om te ontwaren hoe groot de opbrengst zou gaan uitpakken. Groot was de schrik c.q. het plezier toen bleek dat het pakket niets meer bevatte dan een ingelijste foto van de achtergebleven vrienden en vriendinnen, waarvan het glas in de lijst gedurende de lange reis moet zijn gebroken.

Nadat de familie Kramer na een aantal maanden een eigen huurwoning in Zeist kreeg toegewezen en Theo en ik, met enige tegenzin, op het ouderlijk nest waren wedergekeerd, deed een van de “Kramertjes” nog eens positief brutaal van zich spreken. Het “Kramertje” in kwestie heette Frankie en hij was een ondernemend jongentje. Het geschiedde op een dag dat Frankie dusdanig kattenkwaad had uitgehaald dat een gemotoriseerde agent het nodig achtte om zijn ouders in Zeist eens op hun verantwoordelijkheden ten opzichte van hun zoontje te wijzen. Terwijl de dienstdoende agent pa en ma Kramer binnenshuis stevig de les stond te lezen, was zoonlief, slechts vijf jaar oud, op straat bezig diens motorfiets onklaar te maken. Wat Frankie-boy exact heeft uitgehaald weten we niet, maar het kostte de agent behoorlijk wat tijd om de motor van zijn fiets weer aan de praat te krijgen.

We kwamen regelmatig bij de familie Kramer over de vloer. Tante Beppie, de vrouw van ome Klaas en de zuster van mijn moeder, was ook een van mijn favoriete tantes. Eigenlijk waren er geen tantes of ooms waarmee ik geen leuk contact had, tenzij ze op een te grote afstand woonden om ze regelmatig te kunnen zien. Toen we weer eens in Zeist bij hen op bezoek waren, toonden tante Beppie ons trots hun jongste aankoop: een hoogtezon. Het was een zwart vierkant apparaat, gemonteerd op een standaard, dat een knetterend geluid maakte zodra je de stekker in het stopcontact stak. De bedoeling van het apparaat was dat je met je gezicht, al dan niet met een ontbloot bovenlijf, plaats nam in de lichtbundel die het apparaat uitzond. Veiligheidshalve werd geadviseerd, ter bescherming van de ogen, een dik zwart brilletje op te zetten. Het apparaat boezemde, vanwege het knetterende geluid en de scherpe straling, toch wel enige angst in bij de gebruiker. Het geheel maakte enigszins de indruk dat je bestraald werd ter bestrijding van de gevreesde ziekte.

De hele familie Plomp vond het in die dagen wel interessant om er in de winter wat gebruind uit te zien. Dat wekte de indruk dat je op een verre buitenlandse vakantie was geweest, bijvoorbeeld op wintersport in Lech, samen met de Koninklijke familie, hetgeen natuurlijk nooit aan de orde is geweest. Zo vond ik het ook wel leuk om die indruk te wekken. Om die reden, toen het mijn beurt was, nam ik onverschrokken plaats in de felle lichtbundel en liet veel te lang, zonder beschermende bril op, de hoogtezon zijn werk doen. Het eindresultaat was er ook naar. Het leek wel of ik een half jaar lang, zonder enige gezichtsbescherming, onafgebroken door de Sahara had gezworven. In dat opzicht was het doel wel gehaald. Evenwel, toen ik de volgende dag ‘s morgens wakker werd, kon ik mijn ogen niet meer open krijgen en had ik het gevoel of zich een hele vlakte Sahara zand in mijn ogen had genesteld. Een dag of drie heb ik me als een blinde door de stad moeten bewegen. Nadien heb ik me nooit meer aan zo’n hels apparaat blootgesteld.

 

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved