MET WIEKY TUSSEN DE POSTZAKKEN

VISITORS

AmazingCounters.com
Bert Plomp, boek "When I was young", verhalen en columns.

MET WIEKY TUSSEN DE POSTZAKKEN

Vanaf mijn zestienjarige leeftijd bracht ik veel vrije tijd door bij de pakketpost aan het Centraal Station van Utrecht aan de Moreelselaan.

In het begin vooral ‘s avonds en in het weekend en op latere leeftijd, vooral ‘s nachts. Het was een leuke baan met dito collega’s.

In de grote hal en kelder van dit postdistributiecentrum, bestond het werk uit het sorteren van de postpakketten van en naar alle bestemmingen in het land.

De pakketten werden op het Centraal Station uit de treinen gelost en op aanhangwagens geladen en daarna met een gemotoriseerde trekker de grote hal binnengereden.

Zo’n trekker trok in de regel meerdere aanhangers tegelijk over de perrons naar deze hal.

Een “treinenlosser” zoals ik, kreeg bij aanvang van de dienst een rooster mee, vermeldende welke treinen er gelost of geladen moesten worden, hoe laat en op welk perron die treinen arriveerden etc.

Er waren verschillende vaste roosters. Daaronder waren er die meer of minder populair waren bij de lossers. Vooral de roosters met betrekking tot treinen die vol gestouwd waren met zakken met tijdschriften, waren een ramp. Die zakken waren namelijk loodzwaar, er waren altijd heel veel van die zakken en je had weinig tijd om ze uit de trein te lossen of in de trein te laden.

Niet zelden reed de trein al weer CS uit, terwijl ik er nog in zat. Als het dan een nachtdienst betrof, was je niet spoedig terug in Utrecht en lag je dus ook veel later in bed.

Na zo’n avond of nacht werken was je echt gebroken en viel je als een blok in slaap. Het was heel erg zwaar werk, maar ook leuk werk, vooral overdag en ‘s avonds, als je te midden van de reizigers je werk deed.

Doordat het fysiek werk was, zag ik er na verloop van tijd uit als een aankomende Tarzan en vooral zomers bleef dat bij sommige meisjes niet onopgemerkt.

Omdat het regelmatig wederkerende diensten betrof, zag ik ook vaak dezelfde meisjes de trein in en uit stappen.

Het bleef echter allemaal beperkt tot het over en weer wat glimlachjes uitwisselen. Ofschoon één keer heb ik de pakketten de pakketten gelaten en heb ik me laten verleiden zo’n meisje de trein in naar Zandvoort te volgen.

Het was tijdens zo’n zaterdagdienst in de zomer en het was broeierig warm.

Mijn dienst voor die morgen bestond uit een zending postzakken met bestemming Amsterdam CS in de intercity met eindbestemming Zandvoort aan Zee te laden.

De lading was gelukkig een “easy to handle” vracht.

De zakken bevatten geen loodzware zending periodieken, maar ze waren gevuld met kleding of iets dergelijks: ze voelden heel zacht aan.

Opgesteld met mijn aanhanger ergens aan de noordzijde van perron 5A, juist buiten het bereik van de overkapping en dus in de zon, nam ik plaats tussen de postzakken in afwachting van de trein, welke een kwartier later zou arriveren, en wel om 09:40 AM om exact te zijn.

Ik vlijde mij op de kar languit tegen één van de zakken en voelde mij aangenaam ontspannen, na al sinds 06:00 AM fysiek fors in de weer te zijn geweest.

Omstreeks de aangeduide tijd: dus niet op tijd - zoals te doen gebruikelijk is bij de NS - arriveerde de trein uit het “verre” Maastricht op Utrecht CS, perron 5A.

Ik vroeg me af: hoe is het toch mogelijk dat in zo’n klein landje als het onze, de treinen zelden op tijd arriveren. Terwijl ons land geen extreme weersomstandigheden kent en de afstanden minimaal zijn. Vanuit het centrum van het land: het kloppend hart der lage landen Utrecht, is de verste afstand met de trein binnen onze grenzen af te leggen, niet veel meer dan 200 km.

Als je in Oostenrijk, in hartje winter, onder Siberische omstandigheden tussen meters hoge sneeuwwallen door, vanuit Zell Am See naar Wenen reist - een afstand van 400 km - ben je pakweg 4 uur onderweg en arriveer je op de minuut nauwkeurig in de hoofdstad van Oostenrijk. Dan ben je ruim op tijd - als je tenminste op tijd vertrokken bent - om bijvoorbeeld het fantastische Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker bij te wonen of een bezoekje te brengen aan het voortreffelijke restaurant “Zum Schwarzen Kameel”, een 400 jaar oud restaurant in het centrum van Wenen.

Geduldig wachtend tot de postwagon voor mijn neus verscheen, zag ik haar, het begeerlijke meisje, dat ik al eens eerder op dezelfde tijd, op hetzelfde perron, op weg naar dezelfde trein en met dezelfde verleidelijke glimlach in mijn richting, de trein richting Zandvoort aan Zee zag nemen.

Die verleidelijke glimlach en het vooruitzicht een fraai gevormd onbekend meisje eens te vergezellen op weg naar het strand, was een niet te versmaden gedachte.

De situatie vereiste echter snel te beslissen en omdat ik, zeker toen, redelijk avontuurlijk was ingesteld, was het pleit snel beslecht.

Zonder enige bagage en uitsluitend gehuld in mijn jeans en witte T-shirtje, sprong ik op de druk bezette trein en ging op zoek naar het begeerde meisje.

Spoedig vond ik haar op één van de balkons van de trein, alwaar ze zeer bevallig achterover leunend, steun vond tegen een wand.

Het was maar goed dat de trein zich in beweging had gezet en er enigszins verkoelende lucht door de open raampjes het balkon binnen stroomde, want ze zag er nog verleidelijker uit dan toen onze blikken elkaar troffen op perron 5A.

Al sporend op weg naar Zandvoort, vertelde ze mij dat ze Wieky heette en uit Harmelen kwam en woonde aan de Breudijk.

Haar ouders hadden aldaar een boerenbedrijf en zij had net haar Havodiploma gehaald en verrichtte op het ogenblik wat hand en spandiensten op de boerderij. Haar hobby was kunstschilderen en vandaag was ze vrij en op weg naar het strand.

Het was echt zo’n blond meisje als je tegenwoordig wel ziet in de Milner reclame, onvoorstelbaar mooi dus.

Ik vertelde haar dat ik zojuist mijn carrière bij PTT post voor haar had opgegeven en haar naar het strand wilde vergezellen.

Ze was enigszins van slag dat iemand zo’n offer voor haar bracht en ik zag dat haar ogen vochtig glansden.

Om te voorkomen dat ze mijn opoffering al te hoog zou opnemen, relativeerde ik mijn - tot dan uitgeoefende -

functie bij het staatspostbedrijf een weinig.

Bij nadere kennismaking liet Wieky mij weten dat de naam Plomp haar zeer bekend voor kwam. Dat niet ver van de Breudijk, aan de Gerverskop, de overbekende Jan Plomp in de 15-de eeuw woonachtig was.

Jan was in zijn tijd “Schout” en had een eigen familiewapen, dus hij zal vermoedelijk “Schout bij Nacht” zijn geweest - en overdag iets anders.

Daarop inhakend vertelde ik haar in vertrouwen dat ik vrijwel zeker een afstammeling van deze beroemde man was, maar me daar niet op wilde laten voorstaan.

Ik merkte dat Wieky mijn bescheiden opstelling zeer waardeerde en dat ik haar al half had veroverd.

Vlak voor Amsterdam werd de romantische sfeer waarin we verkeerden enigszins getemperd toen een kalende en overigens toch wel knap uitziende conducteur - met opsporingsbevoegdheid - mij om mijn vervoersbiljet vroeg.

Daar ik spontaan op Utrecht CS in de trein was gesprongen, kon ik hem het gewenste biljet niet tonen. Wieky probeerde mij nog uit deze netelige situatie te redden door deze spoorwegambtenaar, tenslotte ook maar een mens van vlees en bloed, met haar alles versmeltende blik veel belovend diep in zijn ogen te kijken.

Ofschoon de man zichtbaar van zijn stuk was gebracht en serieus in ademnood was komen te verkeren, kwam hij juist op tijd, nog voordat de intercity Amsterdam CS binnenrolde,

weer tot bezinning en herhaalde dat hij mijn plaatsbewijs wilde zien.

Toen ik hem uitlegde dat ik ook een soort semi-overheidsdienaar was en bij het laden van de pakketpost op Utrecht CS de trein niet tijdig had weten te verlaten, veranderde zijn aanvankelijk afkeurende blik in een gulle glimlach en borg hij zijn bekeuringenboekje direct weer op.

Nadat ik de conducteur hartelijk had bedankt, liet hij Wieky en mij weer alleen en kwam bij ons het beeld van een romantisch dagje strand weer met kracht boven drijven.

Toen de intercity, oorspronkelijk uit Maastricht, het station van Zandvoort aan Zee met een vertraging van 6 minuten om 11:55 AM binnen liep en wij uitstapten, hadden we nog een hele middag zon en zee voor de boeg.

Vanaf het station naar het strand was het slechts een minuut of 5 lopen.

Ik durfde nog niet haar hand beet te nemen. Tenslotte kenden we elkaar nog maar net en ik was niet gewend direct lichamelijk contact met iemand te hebben - al was het slechts hand tot hand - en al helemaal niet met een uitzonderlijk mooie vertegenwoordigster van het andere geslacht. Dat zo zijnde, nam mijn hartslag per afgelegde meter - naar mijn gevoel - bijna kwadratisch toe en bereikte

een piek toen we op het strand arriveerden en ik haar mededeelde dat ik onder mijn jeans geen zwemkleding droeg en zij antwoordde dat we op weg waren naar een

plekje op het strand, waar het dragen van zwemkleding geen vereiste was. Simpelweg vanwege het feit dat daar doorgaans niemand verkeert. Aldus zetten we koers richting het strand van Bloemendaal. Een traject dat ik ooit met mijn broertje Charles hardlopend aflegde en hij mij bekende dat hij een probleem had en het mij een uur kostte om hem te laten vertellen wat zijn probleem was.

Hij geneerde zich enorm mij te vertellen dat hij ontdekt had dat hij een transseksueel was. Ik was in de verste verte niet geschokt zoiets te vernemen, maar begreep bijzonder goed dat hij een zware tijd tegemoet ging om zich als zodanig in de maatschappij te manifesteren.

Zijn eerste grote zorg was: hoe zullen mijn moeder, mijn andere broer en mijn zuster daar over denken.

Zijn lieve vrouw, een Indische vrouw, en zijn kinderen hielden niet minder van hem om deze openbaring.

Ik wist hem - al hardlopend over het strand richting Bloemendaal - te overtuigen dat hij moeder er niet minder dierbaar om zou zijn, gelijk de rest van de familie. Ofschoon hem dat wel geruststelde en hij vervolgens nog jaren als vrouw - redelijk gelukkig - door het leven ging, liep het uiteindelijk toch triest af met mijn tweede “zusje”.

Weer kijkend naar Wieky en op weg naar ons intieme plekje,

verdween deze sombere gedachte als sneeuw voor de zon.

Lopend door het hete zand in de volle zon, wilde mijn gezellin zich alvast van wat kleding ontdoen. Nadat ik haar jurkje op haar uitdrukkelijke verzoek aan de achterzijde had opengeritst, liet zij het kledingstuk langs haar ranke lichaam tot op haar enkels afglijden. Ze borg het op in haar badtas en gunde mij een eerste blik op haar fraaie lichaam, nu nog slechts bedekt door een minuscuul behaatje en dito slipje.

Opnieuw werd mijn opkomende opwinding flink bekoeld door een andere invallende - sterk seksueel tegengestelde - gedachte aangaande de badtas.

In een eerdere periode van mijn leven werd en wilde ik aangesproken worden met de naam Bertus.

Mijn volledige voornaam is namelijk Albertus, genoemd naar mijn opa Heijgen. Een naam om trots op te zijn.

Voor sommige jonge kinderen is het heel moeilijk de “r” in “Bertus” mee te nemen in het uitspreken van deze vorstelijke naam en dan word je in goed Utrechts aangesproken als “Battas”. Ook toen ik reeds lang door het leven ging onder de veel sportiever klinkende naam “Bert”, bleven de kindertjes in kwestie mij “Battas” noemen.

Wieky en ik naderden het beoogde plekje, niet op het strand zelf maar gelegen tussen de duinen, volledig aan het oog van wie dan ook onttrokken. Hooguit nog zichtbaar voor de passagiers met een windowseat, gezeten in een laag

overvliegend vliegtuig op weg naar of vertrekkende van Schiphol, hetgeen onze fantasie alleen maar extra prikkelde.

Toen we afdaalden in ons duinpannetje en ons in het zand neervlijden, hadden we het idee alleen op de wereld te zijn en toch vanuit het heelal bespied te worden. Zij opende haar badtas en spreidde een lichtblauw badlaken uit in het zand. Thans werd ik niet opnieuw geestelijk afgeleid: de spanning was inmiddels zo hoog opgelopen dat ik aan niets anders meer kon denken dan aan alle bekoorlijkheden van Wieky, welke thans nog wel bedekt werden door twee geringe stukjes textiel, maar spoedig niet meer.

Wieky nam plaats op het badlaken en, terwijl ik haar bewegingen ademloos observeerde, ontdeed zij zich van haar laatste kleding en zij strekte zich loom uit in de brandende zon.

Ik kon toen niets beters bedenken dan haar voorbeeld maar te volgen.

In no time lag mijn kleding, vermengd met haar slipje en behaatje, op één hoopje en vlijde ik me “noodzakelijkerwijs” tegen haar aan: we konden net met z’n tweeën op dat ene laken plaats nemen zonder in het zand te belanden.

Tot dan hadden we nog helemaal geen huid op huid contact gehad. Nu lagen we zij aan zij tegen elkaar aan, wat bij mij een heel aangenaam gevoel door mijn verhitte lijf deed

stromen.

Na enige tijd min of meer roerloos zo te hebben gelegen, gooide ik de schroom van mij af en keerde mij op mijn zij teneinde haar lichaam te kunnen bewonderen.

Mijn God, wat was zij prachtig geschapen.

Met een almaar droger wordende mond overzag ik haar welvingen en dacht: wat zijn vrouwen toch veel mooiere wezens dan mannen.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar doorsnee - de uitgesproken lelijke exemplaren daargelaten - zijn vrouwen toch veel mooier geschapen dan mannen en hebben zij ook veel meer appetijtelijks te bieden.

Zij kunnen zich daarmee ook nog eens, in een al dan niet opgewonden toestand, zonder al te veel gêne vertonen.

Hoe het andere geslachtsgenoten vergaat, daar kan ik slechts naar raden, maar ik vind het toch wel knap gênant om - buiten de intieme sfeer van de eigen slaapkamer - geconfronteerd te worden met een overeind staand geslachtsdeel, ook al is die veilig opgeborgen in mijn pantalon.

Deze gêne zal vast wel verband houden met mijn vroege pubertijd, toen mijn vader ervoor koos zelf pantalons te maken voor de jongens. Pantalons met gulpen die nooit een schoonheidsprijs konden verdienen.

In mijn werkzame leven heb ik regelmatig presentaties gegeven en het kwam nogal eens voor, terwijl ik nog aan de vergadertafel of tussen de andere toehoorders zat, dat mijn onlosmakelijke levensgezel begon op te spelen. Niet omdat seksueel prikkelende elementen daartoe aanleiding gaven, maar gewoon op eigen initiatief. Die zwellichaampjes gaan soms spontaan aan de slag of je nu opgewonden bent of niet. Tijdens zo’n spontane actie loop je het serieuze gevaar dat je een heel verkeerd signaal afgeeft aan je omgeving.

Als je dan een paar minuten later moet optreden en “in het licht van de schijnwerpers” moet gaan staan, dan breekt er een zekere paniek uit. Vooralsnog niet bij de toeschouwers, maar wel bij jezelf.

Je moet dan alles in het werk stellen om je geslacht zo snel als mogelijk weer te kalmeren.

Dat doe je om te beginnen natuurlijk door de positie van je onderlijf zodanig te wijzigen dat je niet direct al gesnapt kan worden: benen over elkaar of, als er een vergadertafel is, languit onderuit gaan zitten en je gedachten concentreren op echt iets afschuwelijks, bijvoorbeeld op het beeld van “Sonja Barends” anno 2014.

Het is opvallend hoeveel mannen - nooit vrouwen - tijdens een lange vergadering er op een gegeven moment voor kiezen languit onderuit te gaan zitten.

Gelukkig lukte het mij toch altijd weer net op tijd representatief te zijn. Dank je wel Sonja.

Wieky, gelukkig volstrekt onwetend van al die vreemde gedachtenspinsels in mijn hoofd, rekte nog eens haar licht gebruinde lichaam voor mijn gretige ogen goed uit.

Door die mooie bruine tint kon je op sommige plekjes, zoals in het gebied boven en onder haar navel, wat heel lichtblond getinte kleine haartjes zien en wat dichtere lichtblonde donzige beharing verder naar beneden, op weg naar haar meest erogene zone.

Ze had mooie stevige borsten, qua omvang precies passend bij haar formaat.

Haar tepels waren enigszins gezwollen leek het. Ik liet mijn blik afglijden vanaf haar borsten via het middenrif over een bijna holle buikholte naar haar navel, alwaar mijn blik wederom bleef rusten.

Het gebied rond haar navel was eveneens hol, als het duinpannetje waarin we lagen, en in het midden zag ik het knoopje dat enigszins op haar versnelde ademhaling op en neer bewoog.

Het knoopje: het deel van haar lichaam waarmee ze ooit via de navelstreng met haar moeder verbonden was en via welk

kanaal dit prachtige lijf leven werd ingeblazen.

Onweerstaanbaar werd mijn blik vervolgens via haar wat hoger gelegen bekken naar haar schaambeen getrokken, terwijl zij haar onderlichaam wat oprichtte.

Toen mijn visuele onderzoek voorlopig even bleef rusten tussen haar stevige doch slanke dijen, stelde ik mij voor een miniatuur mannetje te zijn. Al wandelend door dit adembenemende natuurreservaat en afdalend via de nauwe doorgang tussen Wieky’s borsten door naar haar navel en aldaar aangekomen, me daar in die mooie navelkom lang uit te strekken en mijn hoofd te rusten te leggen op dat pikante kussentje.

En vanuit die positie, op mijn rug liggend, te genieten van dat prachtige uitzicht op haar opwindende borsten en, me dan omdraaiend op mijn buik, me te verlustigen aan het zicht op haar venusheuvel en dan ten slotte, als hoogtepunt van mijn omzwervingen, mij volledig in haar lichaam te begeven.

Als de laatste wandeling van je leven is aangebroken, leek me dat het mooiste einde dat je je kunt wensen: me in

Wieky begeven en er niet meer uitkomen. Nog mooier zou het zijn als ik me in dat verrukkelijke oord zou kunnen begeven gelijktijdig met mijn eigen binnenstromende zaad

en me dan zou kunnen doen versmelten met één van mijn actiefste zaadjes om vervolgens een net losgelaten

eicelletje te penetreren en om dan pakweg 9 maanden in een paradijselijke sfeer te kunnen werken aan mijn wedergeboorte vanuit de schoot van mijn geliefde Wieky. In mijn verbeelding is dat de bijna perfecte reïncarnatie.

Het zou helemaal perfect zijn als ik dan weer als jongetje geboren zou worden. Natuurlijk lijkt het me spannend om het eens andersom mee te maken, maar ik kies toch liever voor de zekerheid me weer te kunnen verheugen op de omgang met een mooi meisje, een mooie vrouw.

Deze bijzondere geboorte, vooral door de inbreng van de mooie Wieky, moet toch wel een heel mooie ventje opleveren.

Mijn ervaring is dat de combinatie van een lelijke man en een mooie vrouw het mooiste geboorteresultaat oplevert. Of dat ook zo is met een mooie man en een lelijke vrouw, zou ik echt niet weten: zo’n combinatie heb ik nog nooit kunnen gadeslaan.

In mijn kennissenkring heb ik ooit een onvoorstelbaar lelijke kerel een prachtig Indisch meisje min of meer zien schaken. Althans, hoe hij dat deed, daar was ik niet bij aanwezig, maar ik kan me niet voorstellen dat het anders gegaan is.

Het stel heb ik uiteindelijk in Nederland pas leren kennen en

dacht: “Arme vrouw, wat breng je toch een groot offer om een Nederlands paspoort te verkrijgen”.

Hun kindertjes heb ik kunnen volgen totdat ze een jaar of 10 waren. Jaren later ontmoette ik de oudste dochter in een restaurant in Harmelen - ze was toen een jaar of 18 - en zag dat ze van een oogverblinde schoonheid was. Zou dat iets met de evolutietheorie te maken kunnen hebben?

Tot het uiterste geprikkeld door al die ingebeelde beelden van Wieky en de werkelijkheid bovendien direct binnen handbereik, moest ik haar wel beroeren.

Gebruikmakend van een probaat middel uit vroegere jaren, bood ik Wieky aan haar huid in te smeren met zonnebrandcrème, tenslotte was haar body inmiddels al geruime tijd echt blootgesteld geweest aan intensieve zonnestraling.

Zonder omhaal overhandigde zij mij uit haar badtas een grote fles Nivea-factor 30.

Na een ruime hoeveelheid van dit witte goedje in mijn handpalm te hebben gegoten, begon ik voorzichtig en heel teder haar buik in te smeren. Toen ik merkte dat ze dit als aangenaam ervoer, breidde ik het te behandelen gebied aan weerszijden van haar buik heel langzaam uit en ging het insmeren langzaamaan over in meer massageachtige bewegingen.

Toen ik mijn behandeling even onderbrak om mijn hand opnieuw te vullen met crème, trok ze mijn hand direct naar

haar borsten.

Waar ik de betasting van haar lichaam niet zelf direct zou hebben durven voortzetten, daar had ze nu mijn hand naartoe geleid.

Aanvankelijk met één hand en daarna, toen ik mijn zelfbeheersing begon te verliezen, met beide handen, begon ik haar borsten steeds wilder te masseren en voelde ik Wieky steeds heftiger reageren.

Ik begon haar lippen te kussen, terwijl ik verder ging met mijn handenwerk.

Toen zij voorzichtig met haar tong mijn mond binnenkwam en ik dat beantwoordde en ons tongzoenen steeds heftiger werd, verloor ik alle zelfbeheersing.

Vanaf dat moment masseerde ik nog maar met één hand haar borsten en begon ik met mijn andere hand haar geslacht te beroeren.

Van haar lippen bewoog ik mijn mond langs haar hals naar haar borsten, naar haar tepels.

Haar borsten rezen en daalden op haar versnelde ademhaling. Haar tepels hadden zich opgericht en waren verhard. Terwijl ik haar beide tepels afwisselend in mijn mond nam, dacht ik weer even terug aan mijn mogelijke reïncarnatie. Wat een heerlijk vooruitzicht door haar gezoogd te worden als klein jongetje.

Toen ik zachtjes in haar tepels beet en ze haar onderlichaam omhoog duwde onder de druk van mijn masserende vingers, leek nu Wieky alle controle over haar lichaam te gaan verliezen en ze probeerde, in een uiterste poging om dat te voorkomen of om een meer geprefereerde houding aan te nemen, zich op haar buik te draaien, hetgeen haar uiteindelijk ook lukte.

Hevig hijgend bleef ze zo enige tijd liggen.

De aanblik van haar andere zijde maakte mij er echter niet minder opgewonden om.

Wat had ze een prachtige billen. Haar beschouwend vanaf haar nek, afdalend over haar ruggengraat en weer omhoog over haar niet te stijl oplopende glooiende derrière en dan dito afdalend naar haar slanke benen, was een lust voor het oog. Het deed me denken aan een langgerekte golf op weg naar de kust: eerst dalend, dan weer stijgend en daarna weer dalend.

Haar billen waren perfect van elkaar gescheiden: een mooie niets verhullende, donker roze gekleurde lange vallei vanaf haar stuitje tot aan haar schaambeen, met haar meest intieme delen daarin opgesloten, lag daar tussen uitgestrekt en aan weerszijden van die vallei de oplopende rondingen van haar billen.

Aan het einde van die vallei, waar deze breder werd, zag ik

haar opgezwollen vochtige vagina, glinsterend in het felle zonlicht. Nog weer verder naar beneden, tussen haar benen, was net genoeg ruimte om te zien dat haar dijen in optima forma waren.

Slechts een bovenmenselijk wezen met een goddelijk oog voor design kan zoiets moois creëren, is mijn opvatting.

Als man denk ik dan in eerste instantie dat deze schepper van mijn eigen mannelijke inslag moet zijn geweest om het vrouwelijk lichaam zo samen te stellen. Maar gelijktijdig kan ik me ook heel goed voorstellen dat het om een vrouwelijke schepper kan gaan: iemand die feilloos weet en aanvoelt wat mannen of vrouwen begeren.

Tja, ik kan me toch best voorstellen dat een vrouw op hetzelfde valt als ik.

Het zal wellicht een onzijdige designer zijn geweest, eentje die van twee walletjes wenste te eten.

Wat is en blijft is dat het lichaam van een vrouw voor mij het mooiste kunstwerk is dat ooit onder des mensen ogen is verschenen.

Charles Darwin zal het met deze stelling wel niet eens zijn, althans wat betreft de schepping.

Toch had ik nog wel eens van Charly willen horen of zijn theorie ook nog ruimte liet voor “het oog wil ook wat” en hoe dat dan binnen zijn theorie van natuurlijke selectie

vervolgens praktisch uitpakt.

Als het vooral gaat om het overleven van de soort, dan dient de vraag zich aan: hoe selecteert het zich uit als het om het overhouden van meer aantrekkelijke en minder aantrekkelijke wezens gaat?

Worden vrouwelijke wezens steeds mooier om de voortplanting veilig te stellen of juist steeds lelijker om de voortplanting - nu we inmiddels toch best wel mogen spreken van overbevolking - af te remmen?

Toen Wieky zich eenmaal had omgedraaid, begon het pas echt voor mijn ogen te duizelen. De onafgebroken reeks van intensieve prikkelingen, slechts zo nu en dan nog verstoord door overpeinzingen, bracht mij in een soort trance met nog maar één verlangen: ik moet op haar liggen.

Nu helemaal bevrijd van al die storende overpeinzingen, vooral door het zien van haar glinsterende vagina, kantelde ik voorzichtig mijn lichaam en bracht het voorlopig tot rust op het hare.

Een weldadig gevoel stroomde door mijn lijf toen ik eenmaal op haar lag en voelde dat zij haar bovenbenen, haar billen een beetje spreidde en ze mijn onderlichaam daar tussen alle ruimte liet.

Er was voor mij geen houden meer aan, ik werd thans volledig door lustgevoelens gedreven.

Wieky haalde nog steeds in hoog tempo adem en bood geen enkele weerstand.

De eerdere massage en de opwinding in haar intieme zone, gaven mij vrij baan. Ze kreunde zacht, toen ik bij haar binnen kwam.

Toen ik me verder in haar omhoog bewoog, voelde ik slechts een aangename, zachte, vochtige weerstand.

Mijn ademhaling paste zich aan, aan die van Wieky, die in ademnood leek te verkeren.

Toen ik me langzaam op en neer begon te bewegen en het moment van hemelse bevrediging naderde, voelde ik iets aan mijn rechter schouder trekken.

Hierdoor liet ik mij echter niet van de wijs brengen en om dat kracht bij te zetten, klemde ik Wieky nog eens extra stevig tussen mijn benen en beet ik haar zachtjes in haar nek om vervolgens onze vereniging tot een absoluut wederzijds hoogtepunt te willen opvoeren.

Wat me echter opviel was dat haar nek niet, zoals ik verwachtte, soepel en enigszins vochtig aanvoelde, maar eerder ruw en droog. Weer voelde ik, nu heftiger, geruk aan mijn schouder en wel zodanig stevig dat ik me verstoord omdraaide en al blikkend tegen de felle zon in - nadat het eerst volledig zwart voor mijn ogen was - één van mijn collega’s van de pakketpost ontwaarde, die uitriep: “Bert

wordt wakker, de trein naar Zandvoort aan Zee staat op het punt te vertrekken”.

Toen mijn hoofd na enige tijd wat helderder werd, merkte ik op dat ik languit op een aanhangwagen van de pakketpost lag met mijn hoofd rustend op een postzak en een andere postzak tussen mijn benen geklemd hield. Ik was duizelig, voelde me moe, had hoofdpijn en had een enorme dorst en vaag zag ik nog net aan het einde van het perron de trein naar Zandvoort aan Zee het station verlaten met waarschijnlijk mijn Wieky aan boord, op weg naar ons duinpannetje.

Mijn huisarts vertelde mij later op de dag dat ik een lichte zonnesteek had opgelopen.

Bij de pakketpost Utrecht CS heb ik een fantastische tijd gehad. Ouderwets gezellige collega’s, echt mannen - nou ja, ik was nog een slungelig jochie - onder mekaar.

Om deze jongens een wederdienst te bewijzen, heb ik me in die dagen aangemeld voor het voetbalteam van deze pakketpostafdeling, in voorbereiding op een belangrijk bedrijfstoernooi.

Dit voetbaltoernooi vond plaats aan het begin van de zomer op het terrein van de vereniging Celeritudo aan de Koningsweg, direct naast het complex van Velox.

Aanvankelijk ging ik ervanuit dat het een soort gezellige

kroegontmoeting zou worden en wel tussen de diverse postafdelingen, onder het voorwendsel van een gezellig partijtje voetbal. Niets was minder waar.

Ofschoon de heren elkaar op de Moreelselaan redelijk tot goed konden verdragen, was het op het gras ineens oorlog. Er werden over en weer doodstrappen uitgedeeld dat het een lieve lust was. Anno 2014 zou zo’n wedstrijd al na 5 minuten gestaakt zijn.

De meeste van de acteurs waren zware rokers, veelal rokers van zware shag van “Brandaris” of “ De Weduwe van Van Nelle”.

Ik vraag me wel eens af hoeveel van die sympathieke jongens inmiddels de daad bij het woord hebben gevoegd in relatie tot de naam van de laatstgenoemde tabak. De nagelaten partners zullen trouwens wel geen van allen “de Weduwe van Van Nelle” heten.

Hoewel ik in die tijd ook regelmatig een sigaretje rookte, gelijk Johan Cruyff, was mijn conditie vele malen beter dan die van de shag rokende medespelers.

Mijn dagelijkse trainingen “lange afstand lopen” deden alle nicotine-effecten tot nul reduceren.

Zodoende kon ik in mijn eentje een hele verdediging van de tegenstander behoorlijk bezighouden.

Wel moest ik tussen allerlei “doodslel uitdelende” postbodes

en andere PTT-beambten de weg naar het doel zoeken, maar zonder noemenswaardig letsel op te lopen wist ik regelmatig op dit toernooi te scoren en de beker medehelpen binnen te halen voor “Afdeling Pakketpost CS Utrecht”. Toen ik de maandag na dit toernooi de grote hal van de pakketpost binnentrad, werd ik bijna ovationeel ontvangen en wist ik zeker dat mijn omissie met betrekking tot de niet-aflevering van een aantal postzakken op de trein naar Zandvoort aan Zee, een aantal weken daarvoor, helemaal vergeven was.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved