HET IS BAL OP DE AFDELING WISKUNDE

VISITORS

AmazingCounters.com
Bert Plomp, boek "When I was young", verhalen en columns.

 

HET IS BAL OP DE AFDELING WISKUNDE

De medewerkers op deze afdeling, over welke mij de leiding was toevertrouwd, waren allemaal jongens van mijn leeftijd en net als ik, nog lang niet “tot rust gekomen”.

We waren met z’n zessen: Louis, Johan, Carlo, Frans, Rolf en ik.

Naast onze dagtaak bij de Zwolsche Algemeene, studeerden we bijna allemaal actuariële wetenschappen. Carlo had echter niet zoveel op met wiskunde, hij was meer van de klassieke talen en een echte gymnasiast.

Rolf was geen volwaardig lid van de afdeling: hij was van de buren, van de polisafdeling, maar vrijwel altijd in ons midden.

Mijn collega’s en ik hebben werkelijk een waanzinnige tijd daar beleefd, waarbij - afgezet tegen “Debiteuren Crediteuren” - de laatste een voorbeeldige afdeling was vergeleken met de onze. Ofschoon bij ons op de afdeling Sinterklaas nooit is verkracht.

Het grootste deel van de dag werd er hard gewerkt, maar - tussen de werkzaamheden door en aan het einde van de dag - er was ook ruimte voor plezier en ontspanning.

Er werd bijvoorbeeld op de afdeling gevoetbald. Penalty schieten was heel populair. Er werd dan snoeihard op het doel van Carlo geknald en als doel diende één van de wanden van de afdeling welke grensde aan die van de polisafdeling.

De medewerkers van de polisafdeling stonden op tafels en stoelen om - wanneer hun chef even weg was - door het glas aan de bovenkant van de wanden tussen de afdelingen onze verrichtingen te kunnen gadeslaan.

Ene Wim was de chef van de polisafdeling. Een echte ouderwetse chef, die zijn ogen en oren regelmatig niet kon geloven aangaande wat hij allemaal zag en hoorde op onze afdeling. Bovendien zag hij regelmatig zijn ondergeschikten op het meubilair staan om bij ons naar binnen te gluren.

Op de wiskundeafdeling werd volop gerookt en ook wel geblowd. Aan het einde van de werkdag werden in de regel de mooiste meisjes van het bedrijf op de afdeling uitgenodigd een drankje te komen drinken.

Carlo werd om de haverklap uitgezonden Chinese maaltijden en allerlei andere happen op te halen en om kaarten voor popconcerten te arrangeren. Carlo vond het allemaal wel best.

Terwijl wij de wiskundige berekeningen uitvoerden was Carlo regelmatig rond aan het stappen in het Centrum van Utrecht, belast met zeer uiteenlopende opdrachten.

Het gebouw van de ZA was van de hoogste - 20 etages - tot aan de laagste etage voorzien van airco. Dat hield jammer genoeg ook in dat er geen rechtstreeks contact met de buitenlucht mogelijk was. Wij vonden dat bepaald niet ideaal.

Er was wel een kastje waarin een sleutel hing, waarmee je - in geval van nood en na het inslaan van het raampje en het uitnemen van de sleutel - de buitendeur naar een klein balkon kon openen. De conciërge, die ons nooit helemaal vertrouwde, werd op een dag geconfronteerd met de mededeling dat het glas van het kastje bij het verplaatsen van de bureaus gesneuveld was en of hij zo vriendelijk zou willen zijn een en ander te repareren.

Ruim voordien hadden we Carlo op pad gestuurd om een kopie van de begeerde sleutel te laten maken.

Vanaf dat moment konden wij frisse buitenlucht binnen halen wanneer het ons beliefde.

Eens, verkerende in een mallotige bui, leek het ons wel leuk om, via het voeren van brood, een heel gezelschap meeuwen naar binnen te lokken en, eenmaal binnen, ze de afdeling van Wim op te jagen.

Het is moeilijk voor te stellen, maar we hebben minstens een paar jaar lang dit feest zo kunnen voortzetten: het was

sowieso een gekke tijd en we verrichtten goed werk in de ogen van de directie.

Het feest kwam ten einde nadat we met de hele club en onze eigen meisjes in het jaar 1976 naar het Europese kampioenschap voetbal in Joegoslavië waren geweest.

Carlo had weliswaar de kaartjes geregeld, maar hij bleef zelf liever in Utrecht op de afdeling passen en vooral op zijn voluptueuze vriendin van de polisafdeling. Hij had ook niet zoveel op met voetbal.

We waren met z’n achten naar Joegoslavië afgereisd: Louis, Johan, Rolf en ik en vooral niet te vergeten de meisjes. Meisjes, die zich zo ongeveer - qua uiterlijk - in het mooiste stadium bevonden van de tijd die hen op aarde gegund was. Ze zagen er echt ravissant uit en niet in de laatste plaats mijn gezellin.

In, en op weg naar, Joegoslavië sloegen we daar een heel goed figuur mee. Door de vele zonne-uren in Opatija aan de kust doorgebracht, waren ze er aan het einde van de reis met hun donkerbruin gebrande huid alleen nog maar fraaier op geworden.

Onze trip begon echter in Zagreb, alwaar we met Oranje wel even Europees kampioen zouden worden.

We logeerden in een soort “presidentiële suite” in het Intercontinental hotel in het centrum van Zagreb.

Op de dag van de eerste wedstrijd van Oranje regende het onafgebroken pijpenstelen en ‘s avonds tijdens de wedstrijd regende het zelfs nog harder.

De meegebrachte grote Nederlandse vlag was in no time als een dweil en er viel niet meer mee te zwaaien.

Er deden maar 4 teams mee aan het eindtoernooi. De openingswedstrijd tegen Tsjecho-Slowakije was dus gelijk al een halve finale en die wedstrijd was werkelijk een ramp voor ons elftal.

De scheidsrechter - een Engelsman die nog slechter floot dan die van de finale van het WK in Zuid-Afrika - zond twee van onze coryfeeën, te weten Johan Neeskens en Willem van Hanegem, in de loop van de wedstrijd met een rode kaart naar het kleedlokaal.

We verloren de wedstrijd in de verlenging met drie tegen en één voor.

De kaartjes die we voor de finale in Belgrado hadden, waren voor ons op slag waardeloos geworden.

Volledig gedesillusioneerd kwamen we zeiknat terug in het hotel, alwaar we direct onze suite opzochten met het plan de volgende dag naar zonniger oorden aan de kust van Kroatië af te reizen.

De Nederlandse vlag hebben we ‘s nachts te drogen gehangen in de presidentiële badkamer om hem, zodra die

droog was, diep op te bergen in één van de koffers.

De keuze omtrent het zonnige oord was gevallen op Opatija aan de Joegoslavische Riviera.

Toen we daar arriveerden, was het werkelijk bloedheet en was de ellende van de vorige dag snel vergeten. De andere halve finale werd, eveneens na verlenging, beslist in het voordeel van West-Duitsland. De Duitsers wonnen van gastland Joegoslavië.

In ons hotel in Opatija waren veel Duitsers gehuisvest. Dat zal zijn oorzaak wel hebben gevonden in het feit dat Kroatië in de tweede wereldoorlog nogal intieme banden onderhield met de Nazi’s. In zo’n omgeving kwamen de Duitsers destijds - na de oorlog - gaarne op vakantie omdat ze daar niet als oude vijanden werden beschouwd.

Hetzelfde geldt voor Ierland. Duitsers zijn hier zelfs tamelijk populair en dat waren ze zeker tijdens de tweede wereldoorlog omdat ze vochten tegen de Engelsen: in die tijd en nog lang daarna de aartsvijand van de Ieren.

Hoewel het al ruim 30 jaar na de tweede wereldoorlog was, hadden wij in 1976 nog steeds niet echt veel op met de edelgermanen. En al helemaal niet met Germanen, die voor dag en dauw hun handdoek en die van de gehele Duitse gemeenschap alvast drapeerden op de meest begeerde plekjes op het terras van het hotel aan de Adriatische zee.

De Duitse gemeenschap liet zich echter zelden eerder zien dan dat een uitgebreid “Frühstück” was weggewerkt, oftewel pas om een uur of 10 des morgens.

Wij hadden ons ontbijt echter al veel eerder tot ons genomen en togen een uur eerder naar het terras, om aldaar aangekomen - zonder blikken of blozen - de gehele verzameling handdoeken van onze oosterburen op één hoop te gooien, ruim verwijderd van de begeerde plek aan het water.

De Duitsers, te verbouwereerd door zoveel brutaliteit, namen vervolgens genoegen met een plaatsje “op de tweede ring”.

Zoals gezegd, het Duitse elftal had dus ten koste van Joegoslavië de finale gehaald.

In een grote ruimte van het hotel was speciaal voor de avond van de finale, door het sympathieke management van het hotel, een grote TV geplaatst en een geruim aantal stoelen voor de supporters.

Ook hier waren de eerste rijen stoelen al weer geclaimd door de Duitsers, ver voor aanvang van de wedstrijd.

Op alle stoeltjes was kleding gedropt om aan te geven: “Frei lassen, hier sitzt schon einer”.

Ofschoon wij eigenlijk niets te zoeken hadden bij deze wedstrijd, want er was geen Nederlander - zelfs geen Oranje

grensrechter - bij betrokken, zijn we toch maar iets eerder dan het Duitse legioen plaats gaan nemen op de eerste rangen.

Men was bepaald niet gecharmeerd van onze actie, maar wat moest je als fatsoenlijke Duitser ondernemen tegen die langharige “Scheiß Käseköpfe”.

De sfeer tussen de beide kampen werd er gedurende de wedstrijd niet beter op: wij steunden natuurlijk Tsjecho-Slowakije, de tegenstander van West-Duitsland.

De spanning bereikte een hoogtepunt, toen ook deze wedstrijd niet beslist werd in de reguliere speeltijd en het uiteindelijk wederom op penalty’s nemen aankwam.

Bij iedere gemiste penalty van de Duitsers steeg er een gejoel op van de Nederlandse stoelen, uiteraard tot grote frustratie van de toeschouwers achter ons.

De Duitsers verloren met 5-3. Het was een zachte pleister op de Oranje wond.

Terug in Nederland, terug bij Carlo, vingen wij onze dagelijkse routine weer aan. In een uiterste poging van de directie om een beetje vat te krijgen op die “wiskunde jongens”, kregen wij op een “goede” dag ongevraagd een zekere uitbreiding op de afdeling.

Een senior-medewerker van “Organisatie” moest eens gaan inventariseren of al die ingewikkelde berekeningen die wij

maakten niet geautomatiseerd konden worden.

Bovendien moest hij zien te achterhalen hoeveel tijd zo’n berekening eigenlijk in beslag nam.

De man in kwestie werd zodanig tegengewerkt en in de maling genomen, dat hij na twee weken helemaal afgepeigerd en zonder enig resultaat de afdeling weer verliet.

Bij binnenkomst had de man al een “Hannibal Lecter” uiterlijk. Bij zijn vertrek zag hij er bepaald niet vrolijker uit.

Dit is trouwens de tweede persoon in dit boekje, die ik als zodanig beschrijf. Dat doe ik met enige tegenzin want ik hou er niet van om - in geval van beschrijvingen - in herhaling te vallen.

Overigens moet ik toegeven dat, in geval van Wieky - lees elders op deze site -, ik termen tekort kwam en regelmatig wel in herhaling viel.

Onze onderzoeker dankte zijn waanzinnige voorkomen aan een algehele opknapbeurt van zijn gebit.

Wat de tandarts in kwestie precies heeft uitgespookt, was niet duidelijk, maar alles wat zich achter zijn lippen bevond, leek te zijn dichtgenaaid.

Hoe de man zijn dagelijkse kostje naar binnen werkte, hebben we jammer genoeg nooit mogen aanschouwen.

Niet heel lang nadien zijn we allemaal onze eigen weg gegaan en hebben Louis, Carlo, Johan, Rolf en ik elkaar aanvankelijk nog wel eens getroffen maar uiteindelijk helemaal niet meer.

Hiermede kwam een einde aan de start van mijn carrière en werd ik een stuk serieuzer en kon “het grote werk” pas echt een aanvang nemen.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved