DAT GELOOF JE TOCH ZEKER NIET

VISITORS

AmazingCounters.com

DAT GELOOF JE TOCH ZEKER NIET

"Dat weet ik zeker, denk ik" heb ik ooit een bekende Surinaamse filosoof horen zeggen.

Dat vind ik nog altijd een heel diepzinnige uitspraak, want wat is nu eigenlijk zeker?

Je kunt alleen maar denken het zeker te weten of geloven het zeker te weten.

Veel mensen geloven weliswaar iets maar gaan ermee om of het zeker is. Ze zijn zelfs bereid anderen over te halen hetzelfde te geloven. Ze gaan in hun vrije tijd op pad en bellen aan van deur tot deur om te vertellen hoe mooi hun geloof wel niet is.

Weer andere gelovigen dringen wat zij geloven een ander gewoon op. Als kind word je bijvoorbeeld al in een bepaalde denkrichting geduwd en als je wat anders denkt loop je de kans verketterd of geëxcommuniceerd te worden.

Dan heb je nog gelovigen die maken een ander simpelweg "een kopje kleiner" indien die ander niet precies dat gelooft wat zij geloven.

Het heelal is oneindig groot. Dat is meer om aan te geven hoe ontzagwekkend groot het heelal is dan te beweren dat er geen eind aan komt, want toon maar eens aan dat er wel of geen einde is.

Indien we ooit de randen van het heelal zouden kunnen naderen, dan komen we niet verder omdat zich daar een ondoordringbare buffer bevindt van voor materie toenemende weerstand, waardoor we aan de randen van het heelal in een eeuwige loop-beweging verzeild raken. Uitsluitend dat wat materieloos is kan door die buffer breken.

Voorbij de randen van het heelal bevindt zich mogelijk het Koninkrijk Gods en daar komt men alleen binnen indien men sterft, in de ogen van God goed geleefd heeft en in mijn theorie gelooft.

Eenmaal daar aangekomen, is oneindigheid geen vraagstuk meer.

IK GELOOF ER NIETS VAN

Ik heb een ontzettende hekel aan mensen die hun eigen geloof willen opdringen aan anderen.

Geloof toch wat je wilt geloven en laat anderen met rust. Als die andere graag wil weten waarin jij gelooft of hij wil met jou daarover filosoferen, dan zie ik daar geen problemen in, zolang het er maar niet op neerkomt de ander te willen overtuigen van je eigen “juiste” geloof, van je eigen gelijk. Tenslotte is en blijft het geloven in iets dat niet te bewijzen valt en dus niet zeker is en dan is een bescheiden opstelling op z’n plaats.

Dat streven om anderen te bewegen, te verplichten om te geloven in hetgeen jij gelooft, heeft door de eeuwen heen alleen maar veel ellende gebracht en bovendien miljoenen slachtoffers tot gevolg gehad.

En dan al die stromingen binnen de verschillende geloven, alleen maar gebaseerd op hoe leg je dit of dat uit in dit of dat heilige schrift.

Is het niet verschrikkelijk dat om een verschil in uitleg van een paar regeltjes in zulke schriften, er weer een reden wordt gevonden om elkaar af te slachten, terwijl zulke schriften anderzijds overlopen van zogenaamde “naastenliefde”.

Wie heeft die schriften nu eigenlijk samengesteld?

Dat zijn mensen geweest, als we het over de Bijbel hebben, uit alle lagen van de bevolking - van koningen tot vissers - en die mensen hebben al die wijsheden over een zeer lange periode gespreid op papier gezet, althans zo luidt de stelling.

Dus er is niet over één nacht ijs gegaan, is de indruk die de gelovigen in dit boek willen verspreiden. Bovendien - en dat is “geloof” ik de allerbelangrijkste onderbouwing aangaande de waarheid of echtheid van het geschrevene - , al deze personen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit heilige schrift, waren door God geïnspireerd.

Om zoiets op deze wijze aan het papier toe te vertrouwen lijkt mij helemaal niet goddelijk. Het lijkt me meer een alledaags menselijk verkoopverhaal, zoals mijn vader vroeger met de Bijbel in de hand de stad Utrecht en omgeving afstruinde om verzekeringspolissen te slijten.

Waarom zou God in die tijd niet hebben willen volstaan met gewoon één gemiddeld intelligent persoon op dictaatsnelheid in te fluisteren wat hij aan de mensheid kwijt wilde, of komt zo’n aanpak bij de mensen dan minder geloofwaardig over?

Dan was die klus in een paar weken geklaard geweest, zeker als Hij die persoon tijdelijk ook nog eens had uitgerust met een laptop. De hele onderbouwing van die theorie doet zo “ongelooflijk” menselijk aan.

Wat moet je nu vinden van een geschreven bijdrage van de hand van een koning of van een visser. Moet dat nu leiden tot meer vertrouwen in hetgeen geschreven is en dat het geschrevene dus juist is.

Vissers zijn meestal grote fantasten en van koningen heb ik al helemaal geen hoge hoed op.

Het enige dat telt is de Goddelijke inspiratie, lijkt mij. Hij had het op papier stellen van zoiets ook over hebben kunnen laten aan een of andere randdebiel. Dat zou bij mij in ieder geval heel wat wonderlijker en dus overtuigender zijn overgekomen. Het zou ook veel goddelijker zijn geweest als het schrift gewoon in één keer en voor alle tijden en voor alle omstandigheden correct was opgesteld en ook nog eens zodanig was opgesteld dat de hele inhoud maar voor één uitleg vatbaar zou zijn geweest, zelfs voor de meest simpele ziel. Wat schiet God er nu mee op dat die simpele aardse zielen elkaar de kop inslaan omdat er verschil van inzicht kan bestaan over hoe een tekstje geïnterpreteerd moet worden. Misschien komt die onduidelijkheid wel voort uit het feit dat de opsteller van dat stukje tekst even niet genoeg geïnspireerd was of te diep in het glaasje gekeken had.

Al die heilige schriften als de Bijbel, de Koran enzovoort beschouw ik gewoon als echt mensenwerk. Het is een pakket van regelgeving en verhalen om die regelgeving te ondersteunen, dienende om de massa te laten functioneren naar de inzichten van de opstellers: de geestelijke machthebbers.

Al die leiders van religies, kerken, moskeeën en ga zo maar door, gebruiken die schriften alleen maar om het volk onder de duim te houden, om macht op hen uit te oefenen.

In de diverse godsdiensttempels wordt de toehoorder

regelmatig aan het verstand gebracht vooral goed te doen. Maar wat is eigenlijk goed doen? Wat de dominee, de pastoor, de imam staat uit te kramen over de hoofden van de gelovigen is, als het om goed doen gaat, zeer discutabel. Om te beginnen hebben deze religieuze leiders onderling al een heel groot verschil van inzicht over wat goed en kwaad behelst.

Hoe vaak komt het niet voor dat je denkt goed te doen - indachtig de heilige schrift - en dat dit helemaal niet als goed wordt ervaren. Zelfs vaak als ronduit slecht wordt gekwalificeerd.

Als je bijvoorbeeld je best doet in de “Derde Wereld” om die arme mensen daar een beetje te helpen met hun gezondheid en je vervolgens afgeslacht wordt door de lokale bevolking in plaats van als moedige bestrijder van een dodelijke ziekte te worden bejubeld. Je wordt om zeep gebracht omdat je door dezelfde arme mensen ineens als de verspreider van die dodelijke ziekte wordt beschouwd.

Als je bijvoorbeeld schuldig bent aan het vermoorden van een hele reeks andersdenkende mensen - dus eigenlijk verkeerd bezig bent - en je wordt vervolgens door het volk op handen gedragen. Wat is nu goed en wat is slecht?

Met een heilig schrift in de hand blijkt het door de eeuwen heen gelegitimeerd te zijn hele volkeren uit te roeien. Het lijkt er dus sterk op dat de teksten, welke opgenomen zijn in deze heilige schriften, ten minste voor herziening vatbaar zijn: ze zijn kennelijk toch niet duidelijk genoeg

geformuleerd of correct door de ijverige schrijvers overgenomen.

Waarom worden die teksten dan zo letterlijk genomen, zoals zo velen doen?

Trouwens wat moeten we aan met al dat seksuele misbruik, gepleegd door al die heilige dienaren en dienaressen met een exemplaar van dat heilige schrift nota bene op zak?

Aan welke inspiratie ontlenen die misbruikers hun gedrag?

Met al die heilige schriften, heilige gebouwen en instituten, heb ik niets. Hetgeen ook weer niet wil zeggen dat ik niet in God geloof. Ik ben er natuurlijk niet zeker van, maar ik denk dat alles wat we kunnen waarnemen en niet kunnen waarnemen, het werk is van een grote kunstenaar: de schepper, God als je Hem zo wilt noemen.

Als mensen, en dan bedoel ik koningen, vissers, hoeren, boeren en buitenlui, pauzen, gynaecologen en wat dies meer zij, zijn we toch gewoon te simpel, te beperkt om een juist begrip van deze schepper en wat hij met zijn schepping voor heeft, te krijgen. Wat weten wij nu eigenlijk, toch zo goed als niets is mijn idee.

Ook de wetenschap berust toch gewoon op geloof. Welke theorie is nu eigenlijk ooit onomstotelijk bewezen.

Voor mij is iets pas onomstotelijk bewezen indien het beweerde onder alle omstandigheden juist is.

Aangezien we in dit oneindig grote en oneindig kleine heelal in de verste verte niet in staat zijn om alle omstandigheden te bedenken en in kaart te brengen, is een onomstotelijk

bewijs sowieso niet te leveren. Als je daar nog eens bij in aanmerking neemt dat ons denk- en waarnemingsvermogen op zich al zeer beperkt is, waar blijf je dan met al je wetenschappelijke beweringen?

Alles is slechts gebaseerd op werkafspraken die we met elkaar hebben gemaakt. Daar is op zich niets mis mee, maar men moet het ook weer niet zo voorstellen dat het zekerheden zijn, waarop we voortdurend risicoloos kunnen voortbouwen. Want er kan ooit een dag aanbreken dat het torentje ineens omvalt omdat bijvoorbeeld de omstandig-heden drastisch wijzigen of omdat zich omstandigheden voordoen die we tot nu toe niet kunnen overzien of kunnen bedenken.

Is het niet heel pretentieus om “wetenschappelijk” zo zeker te zijn over van alles en nog wat, redenerend vanuit dat minuscule planeetje aarde, zwevend binnen dat oneindig grote heelal. Redenerend vanuit een hoofd op een lichaam, dat bij lange na zelf nog niet volledig in kaart is gebracht. Het is toch hoogst twijfelachtig dat je hetgeen dat daaruit voortkomt maar voor zeker moet kunnen aannemen.

De cellen waaruit we zijn opgebouwd, kennen we nog slechts zeer ten dele, is mijn opvatting. Stel dat we een willekeurige cel of een stukje weefsel of wat dan ook onder een microscoop zouden kunnen leggen die nog eens een miljard

maal sterker vergroot dan de beste microscoop die we tot nu toe hanteren, dan gaan we wellicht zaken zien waarvan we thans totaal nog geen weet hebben.

Trouwens met onze gebrekkige ogen en de vertaling van wat die ogen maximaal kunnen waarnemen naar onze hersenen toe en de verwerking van die resultaten in onze hersenen, wat voor zekerheden kunnen we daar nu eigenlijk aan ontlenen. Wat zien we nu reeds al niet met de huidige hulpmiddelen, laat staan als ze nog eens een miljard maal sterker waren?

Zogenaamde bewijzen zijn toch vooral gebaseerd op waarnemingen met de ogen dan wel met de andere menselijke zintuigen en op rekenmodellen die op de resultaten van die waarnemingen zijn losgelaten.

Als we ooit hebben afgesproken dat één plus één gelijk is aan twee, dan is dat niet meer dan een hulpmiddel om bijvoorbeeld met de groenteboer om de hoek van de straat te kunnen communiceren. Indien je twee appels hebt besteld en je stelt vervolgens vast - na te hebben afgerekend - dat je in iedere hand een appel houdt - waar deze handen voor de koop nog leeg waren -, dan weet je tot op zekere hoogte dat je niet belazerd bent door deze wederverkoper van groenten en fruit.

Het begrip “één plus één is gelijk aan twee” wordt al discutabel, als de ene appel bijvoorbeeld belangrijk kleiner is uitgevallen dan de andere. Of als de ene appel rot is en de andere niet.

Binnen de rekenmodellen wordt er vaak van uitgegaan dat

de ene één volkomen identiek is aan de andere één, ook wanneer er een eenheid aan gekoppeld wordt zoals een appel.

Volgens mij schuilt daar een groot gevaar in, want ik geloof niet dat er bewezen identieke eenheden bestaan.

Bijvoorbeeld: er wordt beweerd dat een molecuul water twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bevat.

Ik denk niet dat het te bewijzen valt dat die twee atomen waterstof identiek zijn. Er is vastgesteld dat zo’n atoom behalve een kern, ook protonen, neutronen en elektronen bevat. Dat is vastgesteld met de middelen die ons tot nu toe ter beschikking stonden. Er zal binnen zo’n molecuul en binnen zo’n atoom vast nog wel het een en ander zitten dat we momenteel nog over het hoofd zien of nooit zullen kunnen zien en wellicht zal ooit blijken dat zo’n atoom niet identiek is aan die andere. Die atomen zijn, lijkt mij, sowieso uniek, en dus niet identiek, omdat ze een verschillende ruimte innemen en bloot staan aan andere omstandigheden.

Over 1000 jaar zal men over ons vast wel zeggen: “Wat waren dat een stelletje primitievelingen”.

Binnen een bepaalde omgeving met niet wijzigende omstandigheden werken al die opgebouwde theorieën wellicht probleemloos. Maar omdat we noch de omgeving noch de omstandigheden in de hand hebben, blijft alles onzeker en hebben we ook hier te maken met geloof.

De wetten van al die wetenschappers, die zich zo denigrerend over “het geloof” uitlaten, alsof het een soort bijgeloof betreft, zijn, naar mijn mening, net zo slecht onderbouwd als die van onze geestelijke leiders.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

Copyright © All Rights Reserved