DE DISCRIMINATIE VAN DARTS

DE DISCRIMINATIE VAN DARTS

Michael van Gerwen, de man die afgelopen jaar vrijwel alles won wat er te winnen viel in zijn “sport” Darts werd niet genomineerd tot sportman van het jaar omdat NOC-NSF darten geen echte sport vindt.

Vanaf mijn twaalfde jaar heb ik geschaakt. Aanvankelijk trachtte ik mooie meisjes te schaken, toen dat niet echt lukte, heb ik mijn toevlucht gezocht tot schaken op het bord.

Nu besteedde Studio Sport onlangs ruim aandacht aan het WK schaken, waarbij Magnus Carlsen zijn wereldtitel overeind hield. Niet lang daarna besteedde “Andere tijden Sport” een hele uitzending aan Jannes van der Wal: De Onbegrepen Dammer.

Wanneer dergelijke serieuze sportprogramma’s zoveel aandacht besteden aan schaken en dammen, moet je haast wel tot de conclusie komen dat hier sprake is van het bedrijven van een sport. Een dergelijke schaker of dammer zou zich derhalve een sportman kunnen noemen.

Dat is natuurlijk flauwe kul. Schaken en dammen kun je met de beste wil van de wereld toch geen sport noemen. Het zijn “simpelweg” bordspelen, zoals “Mens erg je niet” en “Ganzenborden”, maar dan wat ingewikkelder.

Hooguit in het geval van simultaan schaken c.q. dammen, kan ik me met veel goede wil voorstellen dat er sprake is van een sport, gezien het feit dat er in hoog tempo heen en weer gerend moet worden tussen de diverse borden.

Toch zie ik mijzelf wel als een sportman, niet vanwege het schaken, maar omdat ik veel meer dan de gemiddelde Nederlander op eigen kracht kilometers maak.

Veel plezier bij het schaken heb ik altijd gehad van de Nimzo-Indische opening van Nimzowitsch en dan in het bijzonder van de Kasparov variant.

Dit zal wel te maken hebben met het feit dat ik reeds op jonge leeftijd een uitgesproken voorkeur had voor Indische meisjes boven andere meisjes. Dat klinkt niet alleen discriminerend, het is discriminerend en daar is eigenlijk niets mis mee. Trouwens ik moet het eerste individu nog ontmoeten dat niet discrimineert.

Om een globale indruk te geven van andere discriminerende zaken waaraan ik mij “schuldig” maak, de volgende niet uitputtende opsomming:

Ik heb meer op met Engelstaligen en minder op met Franstaligen, veel met Engelse humor en weinig met Amerikaanse, meer met Amerika en minder met Rusland, meer met Zuid-Europeanen en minder met Noord-Afrikanen, meer met Grieken en minder met Turken, meer met echte socialisten en minder met nep socialisten zoals vele PvdA-ers

- uitgezonderd Diederik Samsom -, meer met Israëliërs en minder met Palestijnen, meer met honden en minder met diverse mensen, meer met niets op TV en minder met Claudia de Breij op TV, veel meer met Maarten ’t Hart en veel minder met Connie Palmen, veel meer met Van Kooten en De Bie en veel minder met welke actuele grappenmakers dan ook, veel meer met Utrecht en veel minder met Amsterdam, veel met zuurkool met vette jus en niets met couscous met ritueel geslacht lam, meer met London en minder met Parijs, meer met BinnensteBuiten (NPO2) en minder met DWDD (NPO1), meer met vlinders en minder met muggen, meer met Duitsland en zijn inwoners en minder met Frankrijk en zijn inwoners, alles met Ierland en niets met Noord-Korea enzovoort.

De lezer zal inmiddels wel gewaar zijn geworden dat ik op heel wat vlakken discrimineer. Verreweg de meeste lezers - de heel brave Hendriken en dito Hendrika’s natuurlijk uitgezonderd -, zullen voor zichzelf ook wel zo’n lijstje kunnen samenstellen.

Van de week kregen we weer eens een hele reeks van die uitgestreken smoelen op de buis voorgeschoteld, die om het hardst het toelatingsbeleid van Trump afkeurde.

Zoals die smoelen van Pechtold, Klaver, Halsema – ja Femke, dat enigszins lispelende, zo politiek correcte vrouwtje dat haar kinderen van een zwarte school haalde, zij was ook weer eens op de kijkbuis.

Toen ik die lieden zo heerlijk eensgezind zag en hoorde afgeven op de president van het land dat zoveel voor onze vrijheid betekende, kwam een gelukzalig visioen in mij op, waarin het zwaard van Damocles in één ferme slag die achterbakse koppen tot ver achter de horizon van het oneindige heelal zond.

Indien de lezer meer over mijn mening over het voorgaande zou willen vernemen, lees dan ook o.m. mijn column: http://bookbertplomp.com/COLUMNS/MEER-OF-MINDER-KOZAKKEN.html

Weer terug naar de sport.

Nu zijn er diverse bezigheden die door de toevoeging sport de indruk wekken daadwerkelijk een sport te zijn, zoals hengelsport, denksport, watersport, biljartsport, schietsport, transport en ga zo maar door.

Hengelsport kent een natte en een droge variant. De natte voltrekt zich veelal langs of op het water, terwijl de droge van oudsher aan de huiskamertafel beoefend wordt.

Bij de natte hengelsport probeert de beoefenaar, al zittend en turend naar het wateroppervlak, weerloze visjes uit het water te hengelen.

Wat heeft het op die wijze vangen van wezentjes nu met sport te maken?

Helemaal niets natuurlijk. Ook niet omdat het sportieve element, namelijk dat beide deelnemers aan weerskanten van de vislijn min of meer gelijke kansen zouden moeten hebben, volledig ontbreekt.

Uitsluitend in het geval van hengelen naar haaien, zoals in de film “Jaws”, kun je zeggen dat de vis in kwestie ook een kans heeft de hengelaar te overmeesteren. Dat is wel zo sportief.

Hengelen, gezeten aan tafel in een warme, droge huiskamer, met hengeltjes met magneetjes om kartonnen visjes met een ijzeren ringetje door de neus op te halen uit een kartonnen aquarium, is een kinderspelletje en heeft absoluut niets met sport te maken, ook al heet het spel “Hengelsport”.

Het met woordjes invullen van puzzelboekjes noemt men Denksport. Uitsluitend omdat je deze bezigheid kunt scharen onder hersengymnastiek, kun je niet ontkennen dat er een zekere mate van beoefening van sport aan de orde is, maar dan wel beperkt tot de binnenzijde van de schedel.

Zo is er met betrekking tot de eerder genoemde sporten van alles naar voren te brengen om ernstig in twijfel te trekken of er sprake is van een sport en of de beoefenaar ervan zich een sportman c.q. een sportvrouw mag noemen. Laat staan in aanmerking mag komen voor de titel sportman c.q. sportvrouw van het jaar.

Pijltjeswerpen, ook wel Darts geheten, is voor mij een echte sport. Beweging, behendigheid en snel keuzes maken onder stressvolle omstandigheden spelen daarbij een belangrijke rol.

Waarom zouden bezigheden als speertjeswerpen, kruisboogschieten en curling wel het predicaat “sport” mogen dragen en pijltjeswerpen niet?

Waarom zou men in sportprogramma’s wel aandacht aan schaken, dammen en speertjeswerpen kunnen besteden en niet aan pijltjeswerpen?

Michael van Gerwen, onze wereldkampioen Darts, is een sportman van de bovenste plank en had zeker in aanmerking moeten kunnen komen voor de titel “Sportman van het jaar”.

In het buitenland wordt Michael alom geprezen, in Nederland niet omdat NOC-NSF bobo Jeroen Bijl darten geen echte sport vindt.

Henk Spaan zou zeggen: “Vuilnisman kan die zak ook mee?”.

In Nederland zijn we natuurlijk vrij te bepalen wat een sport is, los van wat daarover binnen internationale regeltjes bepaald is, en kunnen we desnoods een figuurzager tot sportman van het jaar uitroepen.

Copyright © All Rights Reserved